mei 15, 2024

De beste IE-strategie voor een tech-startup is geen dure vesting, maar een slim, gefaseerd portfolio dat meegroeit met uw bedrijf.

  • Begin met een snelle, goedkope basis zoals een i-DEPOT om uw creatiedatum vast te leggen.
  • Kies voor een Benelux-merkregistratie voor snelle, lokale bescherming voordat u Europees opschaalt.
  • Behandel geheimhouding als een actieve keuze, niet als een gebrek aan bescherming, vooral voor algoritmes.

Aanbeveling: Start met een kosteneffectieve basis (i-DEPOT) en schaal uw bescherming op naarmate commerciële tractie en financiering toenemen. Een octrooi wordt pas relevant als u de fiscale voordelen, zoals de Innovatiebox, kunt benutten.

Als oprichter van een tech-startup kent u het moment: de plotselinge ingeving, het eureka-moment waarop een complexe puzzel in elkaar valt. Direct daarna volgt de onvermijdelijke vraag: hoe bescherm ik dit? De traditionele adviezen vliegen u om de oren. De een roept dat u alles direct moet patenteren, de ander zweert bij absolute geheimhouding. Deze zwart-wit benadering gaat echter voorbij aan de realiteit van een startup: een beperkt budget, een snelle ontwikkelsnelheid en de constante druk om te innoveren.

De discussie beperkt zich vaak tot octrooien versus geheimhouding, maar het landschap van intellectueel eigendom (IE) is veel rijker. Het omvat auteursrechten op uw unieke softwarecode, merkregistraties die uw reputatie bewaken en zelfs het beschermen van de authenticiteit van een product, zoals men dat doet voor een vintage Rietveld-stoel. Voor een startup is het beschermen van een idee geen eenmalige handeling, maar een continu strategisch proces. Het gaat niet om het bouwen van een onneembare, dure vesting vanaf dag één.

Maar wat als de ware sleutel niet ligt in de keuze tussen een octrooi óf geheimhouding, maar in het slim opbouwen van een dynamisch IE-portfolio? Een aanpak waarbij u verschillende beschermingsvormen combineert en inzet op het juiste moment, passend bij de fase waarin uw bedrijf zich bevindt. Dit is geen defensieve kostenpost, maar een strategisch instrument dat waarde creëert, investeerders overtuigt en fiscale voordelen kan opleveren.

In dit artikel doorlopen we als uw octrooigemachtigde de strategische keuzes die u als oprichter in Nederland moet maken. We verlaten de platgetreden paden en focussen op een pragmatische, gefaseerde aanpak. We analyseren de werkelijke kosten en baten, ontkrachten mythes over NDA’s en bieden concrete handvatten om een IE-strategie te bouwen die uw groei ondersteunt in plaats van uw budget te belasten.

Wat kost een Europees octrooi echt over een looptijd van 10 jaar?

De kosten van een octrooi zijn een belangrijk struikelblok voor veel startups. Een veelgehoord bedrag is tussen de €8.000 en €10.000 voor een Nederlandse octrooiaanvraag met een octrooigemachtigde, maar dit is slechts het begin. Voor een Europees octrooi lopen de kosten voor de verleningsprocedure, validatie in verschillende landen en de jaarlijkse instandhoudingstaksen over een periode van 10 jaar al snel op tot tienduizenden euro’s. Deze cijfers kunnen afschrikken, waardoor oprichters de bescherming volledig naast zich neerleggen. Dit is echter een te simpele conclusie. Een octrooi moet niet worden gezien als een kostenpost, maar als een strategische investering met een potentieel financieel rendement.

De vraag is niet ‘wat kost het?’, maar ‘wat levert het op?’. Voor Nederlandse tech-startups is het antwoord vaak te vinden in de Innovatiebox. Dit fiscale instrument is een krachtige hefboom die de investering in een octrooi zeer rendabel kan maken. In plaats van de standaard vennootschapsbelasting (momenteel 25,8%), betaalt u over de winst die direct voortvloeit uit uw gepatenteerde innovatie slechts een tarief van 9%. Deze aanzienlijke belastingbesparing kan de totale octrooikosten over de gehele looptijd ruimschoots compenseren en zelfs overtreffen.

ROI-analyse: De Innovatiebox als hefboom voor een Nederlandse startup

Een Nederlandse startup ontwikkelt een gepatenteerde technologie en maakt hieruit een jaarlijkse winst van €500.000. Zonder de Innovatiebox zou de vennootschapsbelasting €129.000 bedragen (25,8% van €500.000). Dankzij het octrooi en de toepassing van de Innovatiebox betaalt de startup slechts 9% belasting over deze winst, wat neerkomt op €45.000. Dit levert een directe jaarlijkse belastingbesparing op van €84.000. Over een periode van 10 jaar bespaart dit bedrijf €840.000 aan belastingen, een bedrag dat de totale kosten van de Europese octrooiportfolio vele malen overstijgt. De investering in het octrooi wordt zo een zeer winstgevende bedrijfsstrategie.

De beslissing om te patenteren moet dus gebaseerd zijn op een realistische inschatting van de toekomstige winstgevendheid van de innovatie. Als u verwacht aanzienlijke winst te maken met uw uitvinding, is een octrooi niet langer een last, maar een sleutel tot aanzienlijk fiscaal voordeel.

Is een Benelux-merkregistratie genoeg of moet u direct voor een EU-merk gaan?

Uw merknaam en logo zijn het gezicht van uw startup. Het is de kapstok waaraan u uw reputatie, klantvertrouwen en marketinginspanningen ophangt. Bescherming is dus geen luxe, maar een noodzaak. De vraag is waar te beginnen: een bescheiden Benelux-merkregistratie of direct de sprong wagen naar een Uniemerk (EU-merk)? Hoewel de aanvraag voor een Uniemerk relatief goedkoop is voor bescherming in 27 landen, is dit voor een startup in de vroege fase vaak niet de meest strategische keuze.

De ‘alles-of-niets’-benadering van een EU-merk brengt risico’s met zich mee. Een oppositie (bezwaar) vanuit één enkel land kan uw gehele aanvraag blokkeren. Voor een startup is een gefaseerde aanpak vaak verstandiger. Begin met een Benelux-merkregistratie. Dit biedt een snelle, betaalbare en solide basis. De procedure duurt vaak maar 4 tot 6 maanden, waardoor u snel zekerheid heeft over uw rechten in uw thuismarkt. Dit geeft u de rust om uw bedrijf op te bouwen zonder de onzekerheid van een langdurige, complexe Europese procedure. Bovendien behoudt u gedurende zes maanden een ‘prioriteitsrecht’, wat betekent dat u alsnog kunt uitbreiden naar de EU met behoud van uw oorspronkelijke aanvraagdatum.

Een Benelux-merk biedt diverse strategische voordelen die vaak over het hoofd worden gezien:

  • Snellere zekerheid: De procedure duurt doorgaans 4-6 maanden, wat cruciaal is in de snelle wereld van startups.
  • Lagere oppositiekosten: De drempel om oppositie te voeren tegen een Benelux-merk is hoger, waardoor het in de praktijk minder vaak gebeurt.
  • Spoedprocedure: In de Benelux kunt u een spoedregistratie aanvragen, wat essentieel kan zijn bij een onverwacht conflict.
  • Forumkeuze: Met een Benelux-merk heeft u meer keuze bij welke rechtbank u een zaak wilt voorleggen, wat strategisch voordelig kan zijn.
  • Sterke basis: Het dient als een perfecte, kosteneffectieve basis voor een latere internationale uitbreiding.

De slimste strategie is dus om te starten waar uw bedrijf start: lokaal. Vestig uw rechten in de Benelux, bouw aan uw merk en gebruik deze solide basis om, zodra uw internationale ambities concreet worden, met vertrouwen de stap naar Europa te zetten.

Hoe gebruikt u het i-Depot als goedkoop bewijsmiddel voor uw auteursrecht?

In de allereerste fase van een startup, wanneer een octrooi nog te duur is en geheimhouding kwetsbaar voelt, bestaat er een krachtig en vaak onderbenut instrument: het i-DEPOT. Aangeboden door het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BOIP), is het i-DEPOT geen IE-recht op zich, maar een officieel, gedateerd bewijsmiddel. Het legt onweerlegbaar vast dat uw idee, concept, ontwerp of softwarecode op een specifieke datum bestond. Voor slechts €150 exclusief btw kunt u een i-DEPOT voor vijf jaar vastleggen, wat het een uiterst kosteneffectieve eerste stap in uw IE-portfolio maakt.

De kracht van het i-DEPOT ligt in zijn eenvoud en juridische robuustheid. Het proces is volledig online, snel en de inhoud blijft geheim dankzij versleutelde opslag. Het digitale certificaat dat u ontvangt, is gewaarmerkt door het BOIP, wat de authenticiteit garandeert. Het belangrijkste is dat volgens het Benelux Verdrag inzake Intellectuele Eigendom, rechters in Europa het i-DEPOT altijd als bewijs accepteren. Dit geeft u een sterk wettelijk anker in discussies over wie de oorspronkelijke bedenker is, bijvoorbeeld in geval van een conflict met een ex-werknemer of een samenwerkingspartner.

Voor een tech-startup is het i-DEPOT perfect te integreren in een agile ontwikkelproces. Telkens wanneer een nieuwe, significante feature of een uniek concept wordt ontwikkeld, kunt u de relevante documenten (wireframes, specificaties, codefragmenten) direct vastleggen in een i-DEPOT. Dit creëert een chronologisch spoor van innovatie. Het is uw digitale kluis die u kunt openen wanneer bewijs nodig is, bijvoorbeeld voordat u een gesprek aangaat met een potentiële investeerder, nog voordat er sprake is van een NDA. Het toont professionaliteit en geeft u een sterkere onderhandelingspositie.

Beschouw het i-DEPOT dus niet als een eindpunt, maar als de fundering van uw IE-huis. Het is de snelste en goedkoopste manier om een officiële datumstempel op uw innovatie te zetten, een cruciale eerste stap in een slimme, gefaseerde beschermingsstrategie.

Hoe weet u zeker dat u met uw product geen inbreuk maakt op andermans patent?

Enthousiast bouwt u aan uw innovatieve product, klaar om de markt te veroveren. Maar er schuilt een gevaar in het onbekende: het octrooilandschap. Zonder het te weten, kunt u inbreuk maken op een bestaand octrooi van een concurrent. Dit risico, bekend als ‘infringement’, kan desastreuze gevolgen hebben, van dure rechtszaken tot een gedwongen productstop. Het uitvoeren van een ‘Freedom to Operate’ (FTO) analyse is daarom geen luxe, maar een essentiële stap om de commerciële vrijheid van uw startup te waarborgen. Dit onderzoek brengt in kaart of uw product of dienst de octrooirechten van derden schendt.

Een volledige FTO-analyse door een octrooigemachtigde kan kostbaar zijn, maar voor een startup is een gefaseerde, pragmatische aanpak mogelijk. U kunt zelf de eerste, belangrijke stappen zetten om de grootste risico’s in kaart te brengen. Dit proces van ‘due diligence’ toont aan investeerders dat u proactief met risicomanagement bezig bent. Het is een teken van volwassenheid en strategisch inzicht.

Visualisatie van FTO-analyse stappen voor Nederlandse startups

Het doel is niet om 100% zekerheid te krijgen – dat is vrijwel onmogelijk – maar om de meest relevante en potentieel gevaarlijke octrooien te identificeren. Mocht u op een blokkerend octrooi stuiten, dan is niet alles verloren. Dit geeft u de kans om een ‘design around’-strategie te ontwikkelen: het aanpassen van uw product om de claims van het octrooi te omzeilen. In plaats van een valkuil, wordt de FTO-analyse zo een sturend instrument voor uw R&D-proces.

Actieplan: Uw Freedom to Operate (FTO) analyse in fasen

  1. Fase 1 – Gratis quick scan: Start met een basiszoektocht in gratis databases zoals Espacenet en Google Patents. Gebruik de naam van uw product, de kernfunctionaliteiten en de namen van uw belangrijkste concurrenten als zoektermen.
  2. Fase 2 – Diepgaandere analyse: Duik dieper door gebruik te maken van classificatiecodes (IPC/CPC). Deze codes structureren octrooien per technologisch gebied en maken een systematischer onderzoek mogelijk.
  3. Fase 3 – Professioneel advies: Heeft u potentieel problematische octrooien gevonden? Schakel nu pas een octrooigemachtigde in voor een gerichte analyse en een juridische opinie over het daadwerkelijke inbreukrisico.
  4. Fase 4 – ‘Design around’ strategie: Werk samen met uw technische team en de octrooigemachtigde om mogelijkheden te identificeren om de claims van conflicterende octrooien te omzeilen.
  5. Fase 5 – ‘Defensive publishing’: Heeft u een slimme ‘workaround’ gevonden? Overweeg deze te publiceren. Dit voorkomt dat concurrenten deze oplossing zelf patenteren en u alsnog blokkeren.

Een FTO-analyse is dus meer dan een controle; het is een strategische verkenning van uw concurrentielandschap. Het stelt u in staat om risico’s te mitigeren, uw innovatie te verfijnen en met een gerust hart de markt te betreden.

Waarom investeerders weigeren uw geheimhoudingsverklaring (NDA) te tekenen en hoe u toch pitcht

U staat op het punt uw baanbrekende idee te pitchen aan een venture capital (VC) investeerder. Uw eerste instinct is om een geheimhoudingsverklaring (Non-Disclosure Agreement, of NDA) te eisen. De kans is echter groot dat u een beleefd, maar ferm ‘nee’ te horen krijgt. Dit is een van de meest voorkomende cultuurshocks voor oprichters. Zoals een Nederlandse VC partner het verwoordt:

Een goede pitch gaat over het probleem en de markt, niet over de technische details. Investeerders investeren in teams en marktkansen, niet in octrooien alleen.

– Nederlandse VC partner, Interview met Peak Capital (anoniem)

Investeerders weigeren NDA’s te tekenen om verschillende legitieme redenen. Ze zien honderden pitches per jaar, vaak met overlappende ideeën. Het ondertekenen van elke NDA zou hen in een juridisch mijnenveld plaatsen en hun vermogen om de markt te analyseren ernstig beperken. Het vragen om een NDA in een vroeg stadium kan zelfs een negatief signaal afgeven: het suggereert dat u onervaren bent en dat de waarde van uw bedrijf uitsluitend in een geheim idee zit, in plaats van in het team dat het kan uitvoeren.

Hoe pitcht u dan toch uw idee zonder alles weg te geven? De oplossing ligt in een gelaagde onthullingsstrategie. U deelt informatie in fasen, waarbij u meer onthult naarmate het wederzijdse vertrouwen en de interesse groeien. Dit toont aan dat u de dynamiek van het investeringsproces begrijpt en strategisch kunt denken.

Gelaagde onthullingsstrategie voor een investeerderspitch

Een Nederlandse SaaS scale-up zocht een Series A-financiering van €5 miljoen. In plaats van een NDA te eisen, gebruikten ze een driefasenaanpak. Fase 1: De eerste pitch focuste volledig op de marktomvang, het probleem dat ze oplosten en de expertise van het oprichtersteam, zonder diepgaande technische details. Fase 2: Na serieuze interesse van de investeerder gaven ze een high-level productdemonstratie, waarbij ze terloops vermeldden dat de kernconcepten waren vastgelegd in een i-DEPOT. Dit diende als subtiel bewijs van innovatie en zorgvuldigheid. Fase 3: Pas in de due diligence-fase, toen de deal bijna rond was, deelden ze de volledige technische architectuur en broncode onder een strikte NDA. Deze aanpak resulteerde in een succesvolle financieringsronde zonder initiële frictie over een NDA.

De sleutel is dus niet het afdwingen van geheimhouding, maar het opbouwen van vertrouwen. Begin met de ‘waarom’ en de ‘wie’, en bewaar de ‘hoe’ voor later. Een sterke visie en een capabel team zijn vaak overtuigender dan het best bewaarde geheim.

TNO of een Technische Universiteit: wie is de beste partner voor uw prototype?

Niet elke startup heeft de middelen of de expertise in huis om een complex technologisch prototype te ontwikkelen. Samenwerken met een kennisinstelling kan dan een strategische zet zijn. In Nederland zijn TNO en de technische universiteiten (zoals Delft, Eindhoven en Twente) voor de hand liggende keuzes. Volgens onderzoek van Techleap.nl blijkt dat 73% van de Nederlandse deeptech startups die samenwerken met TNO of TU’s binnen 2 jaar vervolgfinanciering ophalen, wat de waarde van deze partnerschappen onderstreept. De keuze tussen deze instellingen is echter niet triviaal, vooral als het gaat om intellectueel eigendom.

De fundamentele verschillen liggen in hun missie en operationele model. Een technische universiteit is primair gericht op fundamenteel onderzoek en onderwijs. Samenwerken met een TU betekent vaak werken met PhD-studenten en professoren, wat kosteneffectief kan zijn en een stempel van academische validiteit op uw project drukt. Het nadeel is dat het universitair beleid rondom IE vaak rigide is: de universiteit behoudt doorgaans het eigendom van de uitvinding en verleent de startup een (exclusieve) licentie. De doorlooptijden kunnen ook langer zijn door academische cycli.

TNO, daarentegen, is een organisatie voor toegepast wetenschappelijk onderzoek met een duidelijke commerciële focus. Hun doel is om technologie naar de markt te brengen. Dit vertaalt zich in een flexibelere houding ten aanzien van IE. Gedeeld eigendom of een licentiemodel met commercieel aantrekkelijke voorwaarden zijn vaak bespreekbaar. TNO heeft bovendien een uitgebreid industrieel netwerk en ervaring met subsidietrajecten zoals Eurostars, wat voor een startup van onschatbare waarde kan zijn. De kosten liggen vaak hoger, maar de doorlooptijd is doorgaans korter en meer marktgericht.

TNO versus Nederlandse TU’s: IE-voorwaarden en samenwerkingsmodellen
Aspect TNO TU Delft/Eindhoven/Twente
Standaard IE-eigendom Gedeeld eigendom of licentie Universiteit behoudt eigendom, startup krijgt licentie
Onderhandelingsruimte Flexibel, commerciële focus Beperkt door universitair beleid
Doorlooptijd prototype 3-6 maanden 6-12 maanden (door academische cycli)
Toegang tot subsidies Eurostars, H2020 NWO, EU grants, WBSO
Kosten €50k-€200k €25k-€100k (met PhD studenten)
Valorisatievoordeel Direct industrieel netwerk Academische reputatie voor investeerders

De beste partner hangt af van uw specifieke situatie. Zoekt u academische geloofwaardigheid en kunt u leven met een licentiemodel? Dan is een TU een uitstekende keuze. Heeft u snelheid, commerciële flexibiliteit en een industrieel netwerk nodig? Dan is TNO waarschijnlijk de betere partij, ondanks de hogere initiële kosten.

Hoe controleert u de herkomst van een vintage Rietveld-stoel?

Op het eerste gezicht lijkt de authenticatie van een designklassieker als een Rietveld-stoel ver af te staan van de wereld van tech-startups. Toch biedt het een waardevolle les in langetermijndenken over intellectueel eigendom. Wat vandaag een geavanceerd stuk technologie is, kan over dertig jaar de status hebben van een ‘vintage’ klassieker. De vraag naar de herkomst en authenticiteit van uw product wordt dan cruciaal voor de waarde ervan. Denken als een conservator van erfgoed kan uw IE-strategie verrijken.

De traditionele methoden voor het authenticeren van design, zoals fysieke certificaten en archiefonderzoek, zijn kwetsbaar en arbeidsintensief. Moderne oplossingen combineren het oude met het nieuwe. De Stichting Rietveld Schröder Archief, bijvoorbeeld, werkt aan systemen die fysieke kenmerken koppelen aan digitale vingerafdrukken. Dit inspireert een nieuwe generatie bedrijven om verder te kijken dan alleen traditionele IE-rechten.

Voor een tech-startup kan dit concept worden vertaald naar een gelaagde authenticatiestrategie. Uw merkregistratie beschermt de naam, uw octrooi de functie, maar wat bewijst de authenticiteit van een specifiek, individueel product dat u heeft verkocht? Hier kunnen technologieën als blockchain een rol spelen. Door elk product te koppelen aan een onveranderlijk digitaal certificaat op een blockchain, creëert u een waterdicht bewijs van herkomst en eigendom. Dit is niet alleen een krachtig wapen tegen vervalsing, maar het creëert ook een secundaire markt waarop de waarde van uw ‘vintage’ producten kan groeien.

Van Rietveld tot Blockchain: Moderne authenticatie van designerfgoed

De principes die worden gebruikt om het erfgoed van Rietveld te beschermen, vinden nu hun weg naar moderne Nederlandse startups. Bedrijven zoals Dutch Design Only, een platform voor designmeubelen, experimenteren met modellen die traditionele merkregistratie combineren met blockchain-certificering. Voor een high-tech product kan dit betekenen dat de unieke identifier van een apparaat (zoals een serienummer) bij verkoop wordt vastgelegd in een ‘smart contract’ op de blockchain. Dit garandeert niet alleen de authenticiteit voor toekomstige eigenaren, maar opent ook de deur naar diensten als gecertificeerde tweedehands verkoop of software-updates die alleen beschikbaar zijn voor geverifieerde, originele producten.

De les van de Rietveld-stoel is dus: bouw vandaag al de mechanismen in om de authenticiteit van morgen te garanderen. Uw intellectueel eigendom is niet alleen een schild, maar ook een stamboom die de waarde van uw creaties voor toekomstige generaties kan vastleggen.

Te onthouden

  • Intellectueel Eigendom is een portfolio van instrumenten, geen enkele oplossing. Uw strategie moet divers en gelaagd zijn.
  • Start kosteneffectief en gefaseerd: een i-DEPOT is een uitstekende eerste stap, gevolgd door een Benelux-merk en pas later een eventueel octrooi.
  • De Nederlandse Innovatiebox kan de investering in een octrooi transformeren van een kostenpost naar een zeer rendabele fiscale hefboom.

Hoe beschermt u uw unieke softwarecode en algoritmes onder Nederlands recht?

Voor veel tech-startups is de software het kloppende hart van het bedrijf. De unieke code en de slimme algoritmes vormen de kern van de waardepropositie. De bescherming hiervan is complex, omdat software op het snijvlak van verschillende IE-rechten ligt. Een veelgemaakte fout is te denken dat één enkele beschermingsvorm volstaat. De meest robuuste strategie is een gelaagde aanpak, waarbij u verschillende rechten combineert tot een samenhangend IE-portfolio.

De basis van softwarebescherming is het auteursrecht. Dit recht ontstaat automatisch op het moment dat u de code schrijft. Het beschermt de concrete uitwerking van de broncode, de ‘letterlijke tekst’, tegen direct kopiëren. Het beschermt echter niet het idee of de functionaliteit achter de code. Een concurrent kan uw functionaliteit perfect namaken met andere code zonder uw auteursrecht te schenden. Het auteursrecht is dus een belangrijke maar onvoldoende basis.

Meerlaagse beschermingsstrategie voor software intellectueel eigendom

Voor de onderliggende methode of het proces dat uw software uniek maakt, kan een octrooi een optie zijn, mits de uitvinding een ’technisch karakter’ heeft en nieuw en inventief is. Denk aan een unieke methode voor data-encryptie of een nieuw proces voor signaalverwerking. De kernalgoritmes zelf, de ‘geheime saus’, kunnen het best beschermd worden als bedrijfsgeheim. Dit vereist actieve maatregelen: beperkte toegang tot de broncode, geheimhoudingsclausules in contracten met werknemers en het gebruik van fysieke en digitale beveiliging. Soms is deze geheimhouding meer waard dan een octrooi, dat na 20 jaar openbaar wordt.

Gelaagde beschermingsstrategie van een Nederlandse fintech startup

Een Nederlandse payment provider heeft zijn IE-portfolio strategisch opgebouwd. De gebruikersinterface (frontend code) van hun app is beschermd door auteursrecht. De unieke methode die zij gebruiken om transacties te verifiëren met biometrische data is vastgelegd in een Europees octrooi. Hun fraudedetectie-algoritmes, die constant evolueren, worden angstvallig bewaakt als bedrijfsgeheim. Deze combinatie zorgt ervoor dat zowel de look-and-feel, de kernfunctionaliteit als het competitieve voordeel op maat beschermd zijn. Soms levert geheimhouding meer voordeel op dan een octrooi. Denk bijvoorbeeld aan het recept voor Coca-Cola. Andere keren is een octrooi verstandig, zeker als een uitvinding niet geheim te houden is.

De juiste IE-strategie is geen standaardformule, maar maatwerk. Evalueer uw huidige innovaties, bepaal uw commerciële doelen en bouw vandaag nog aan een slim en schaalbaar IE-portfolio dat uw groei ondersteunt, in plaats van uw budget te belasten.

Veelgestelde vragen over Wanneer moet u uw innovatie patenteren en wanneer is geheimhouding een betere strategie?

Wanneer eisen Nederlandse enterprise klanten een software escrow?

Bij contractwaarden boven €50.000/jaar of bij kritische bedrijfsprocessen. De escrow garandeert toegang tot broncode als de leverancier failliet gaat.

Wat zijn de kosten van een escrow-overeenkomst?

De kosten voor het opstellen variëren van €2.000 tot €5.000, met jaarlijkse beheerkosten tussen €500 en €2.000, afhankelijk van de complexiteit en de frequentie van updates.

Hoe gebruik je escrow als verkoopargument?

Presenteer het proactief als een ‘continuïteitsgarantie’. Het toont professionele bedrijfsvoering en vermindert de risicoperceptie bij grote, risicomijdende klanten, wat het een sterk verkoopargument maakt.

Fatima El Amrani, Bedrijfsjurist en HR-specialist met expertise in arbeidsrecht, privacywetgeving (AVG) en intellectueel eigendom. Ze adviseert organisaties over compliance, contracten en inclusiviteit op de werkvloer.