maart 12, 2024

De sprong naar energielabel A++++ verhoogt uw woningwaarde niet met een vast percentage, maar transformeert het in een toekomstbestendig bezit waarvan de waarde door andere factoren wordt bepaald dan u denkt.

  • De waardestijging hangt minder af van de directe energiebesparing en meer van de verbeterde financieringsmogelijkheden en de afname van klimaat- en reguleringsrisico’s.
  • Het negeren van verduurzaming creëert een reëel risico op “gestrand vastgoed”, waardoor uw woning in de toekomst moeilijk verkoopbaar of financierbaar wordt.

Aanbeveling: Beschouw de investering in A++++ niet als een kostenpost, maar als een strategische hefboom die de fundamentele financiële en markttechnische positie van uw vastgoed versterkt.

Als huiseigenaar staat u voor een constante afweging: investeert u in een nieuwe keuken of badkamer, of pakt u de energie-efficiëntie van uw woning aan? De eerste optie geeft direct zichtbaar resultaat en woonplezier, terwijl de tweede vaak wordt gezien als een rationele, maar minder ‘spannende’ keuze. De belofte van een lagere energierekening en een hogere woningwaarde klinkt aantrekkelijk, maar de vraag blijft: wat is de échte, tastbare waardestijging van een upgrade naar het allerhoogste energielabel A++++? Veel adviezen blijven steken in algemeenheden over ‘een goede investering’ en ‘beter voor het milieu’.

De realiteit, die ik als makelaar-taxateur dagelijks zie, is genuanceerder. De waarde van een woning wordt niet enkel bepaald door de stenen en de locatie, maar in toenemende mate door haar toekomstbestendigheid. De sprong naar A++++ is geen cosmetische ingreep, maar een fundamentele herdefiniëring van uw vastgoed. Het gaat niet alleen over de besparing op uw maandelijkse lasten, maar over de financierbaarheid, de verkoopbaarheid en de risico’s op de lange termijn.

Maar als de échte sleutel tot waardecreatie niet simpelweg de energiebesparing is, waar ligt deze dan wel? Het antwoord schuilt in een combinatie van financiële hefbomen, complexe regelgeving en het strategisch vermijden van toekomstige risico’s. Dit artikel doorbreekt de clichés en biedt een realistische analyse. We ontleden de werkelijke componenten die de waarde van een A++++ woning bepalen, van concrete hypotheekvoordelen en de valkuilen in BENG-berekeningen tot de dreiging van ‘gestrand vastgoed’ en funderingsproblematiek. Zo kunt u een weloverwogen beslissing nemen die verder kijkt dan de oppervlakte.

Om u een helder en compleet beeld te geven, hebben we de belangrijkste aspecten van deze investering voor u op een rij gezet. De volgende secties bieden een diepgaande blik op de financiële, technische en strategische overwegingen.

Welke banken geven de hoogste rentekorting voor een A++++ woning?

Een van de meest directe financiële voordelen van een hoog energielabel is de zogenaamde duurzaamheidskorting op uw hypotheekrente. Dit is een concrete financiële hefboom die de maandlasten verlaagt en de totale kosten van uw lening over de looptijd aanzienlijk kan drukken. Banken belonen energiezuinige woningen omdat deze een lager risicoprofiel hebben; de bewoners hebben immers lagere energielasten en dus meer financiële ruimte. De kortingen variëren per bank en zijn direct gekoppeld aan het geregistreerde energielabel van de woning.

Hoewel de exacte korting voor A++++ per bank kan verschillen en vaak onder de hoogste staffel valt, geeft de volgende analyse een goed beeld van de staffels die grootbanken in Nederland hanteren. Bij het afsluiten van een hypotheek is het cruciaal om de actuele voorwaarden te controleren, aangezien deze regelmatig worden bijgewerkt. Zoals blijkt uit een recente vergelijking van de rentekortingen, kan het voordeel oplopen tot 0,15%.

Vergelijking rentekorting Nederlandse banken voor duurzame woningen
Bank Energielabel B Energielabel A Energielabel A+ Voorwaarden
ABN AMRO 0,10% 0,15% 0,15% Geldig geregistreerd energielabel
ING 0,10% 0,15% Definitief energielabel A of hoger
Rabobank 0,15% 0,15% Minimaal energielabel A + betaalpakket mogelijk

Een korting van 0,15% lijkt misschien bescheiden, maar over een looptijd van 30 jaar levert dit een aanzienlijke besparing op. Een rekenvoorbeeld toont aan dat bij een gemiddelde hypotheek deze korting kan resulteren in een totale besparing van meer dan €28.000. Bovendien is de financiële impact groter dan alleen de rentekorting. Sinds 2024 bieden banken tot €50.000 extra leencapaciteit voor woningen met een zeer goed energielabel. Dit versterkt de positie van kopers en verhoogt direct de potentiële marktwaarde van uw woning.

Welke isolatiemaatregelen zijn noodzakelijk om die laatste plusjes te halen?

Het bereiken van een energielabel A+++ of A++++ is geen kwestie van een enkele maatregel, maar van een integrale aanpak die de energievraag van de woning minimaliseert. Dit gaat veel verder dan standaard isolatie. Om de sprong naar de hoogste labels te maken, moet de woning voldoen aan de strenge BENG-eisen (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen), met name BENG 1 (energiebehoefte) en BENG 2 (primair fossiel energiegebruik). Voor nieuwbouwwoningen is de BENG-2 eis vastgesteld op maximaal 30 kWh/m² per jaar, wat in de praktijk betekent dat het label minimaal A+++ moet zijn.

De sleutel ligt in het creëren van een extreem goed geïsoleerde en luchtdichte schil. De volgende stappen zijn doorgaans onmisbaar om de “laatste plusjes” te verdienen:

  • Drievoudig isolatieglas (triple glas): Dit is de standaard voor een A++++ woning. Het verlaagt de U-waarde (warmteverlies) significant in vergelijking met HR++ glas en is cruciaal om de energiebehoefte te minimaliseren.
  • Maximale isolatie van de schil: Dit omvat de gevel, vloer en het dak. Er wordt gewerkt met zeer hoge Rc-waardes (warmteweerstand), vaak ver boven de minimumeisen uit het Bouwbesluit.
  • Luchtdicht bouwen: Het minimaliseren van ongewenste kieren en naden is essentieel. De Qv10-waarde, die de luchtdoorlatendheid meet, moet extreem laag zijn om warmteverlies door infiltratie te voorkomen.
  • Hoogwaardige installaties: Een warmtepomp, vaak in combinatie met warmte-koudeopslag in de bodem (WKO), is de standaard voor verwarming en koeling. Daarnaast is een geavanceerd ventilatiesysteem met warmteterugwinning (WTW) onmisbaar. Dit kan zelfs worden aangevuld met een douche-WTW die warmte uit het wegstromende douchewater hergebruikt.

Het is een samenspel van maatregelen. Het simpelweg plaatsen van zonnepanelen is niet voldoende. De basis moet een woning zijn die inherent weinig energie *nodig* heeft. Alleen dan kunnen duurzame energiebronnen de resterende vraag effectief dekken om de hoogste labels te behalen.

Is een A++++ woning automatisch ook een nul-op-de-meter woning?

In de volksmond worden de termen ‘A++++’ en ‘nul-op-de-meter’ (NOM) vaak door elkaar gebruikt, maar ze zijn niet identiek. Hoewel er een sterke overlap is, definieert het energielabel primair de theoretische energie-efficiëntie van het gebouw, terwijl een NOM-woning een prestatiegarantie geeft over het daadwerkelijke energieverbruik. Een A++++ label geeft aan dat de woning volgens Vattenfall volledig duurzaam is opgebouwd, met een extreem lage energiebehoefte en een groot aandeel hernieuwbare energie. Dit brengt de woning in de buurt van energieneutraliteit.

Een nul-op-de-meter woning gaat echter een stap verder. Hier is de kerngedachte dat de woning over een heel jaar gezien evenveel (of meer) energie opwekt als dat er nodig is voor het gebouwgebonden verbruik (verwarming, koeling, warm water) én het huishoudelijk verbruik (apparaten, verlichting). Het Lente-Akkoord 2.0, een samenwerkingsverband in de bouwsector, stelt duidelijk: “De meeste nieuw gebouwde huizen halen A+++ (bijna energieneutraal). Bij A++++ gaat het om een nul-op-de-meter, energieneutrale of energieleverende woning.” Dit toont aan dat A++++ de technische voorwaarde is om NOM te kunnen bereiken, maar het is geen automatisme.

Vergelijking tussen A++++ energielabel en nul-op-de-meter concept

Het cruciale verschil zit in de component ‘huishoudelijk verbruik’ en de aanwezigheid van voldoende opwekcapaciteit, meestal via zonnepanelen. Een woning kan een perfect geïsoleerde A++++ schil hebben, maar als er onvoldoende zonnepanelen zijn om ook het verbruik van de wasmachine, televisie en laptops te compenseren, is het geen NOM-woning. De papieren werkelijkheid van het label en de daadwerkelijke prestatie kunnen dus verschillen, wat voor een koper en taxateur een belangrijk onderscheid is. Een woning met een NOM-garantie biedt meer zekerheid over de daadwerkelijke energielasten en kan daardoor een hogere marktwaarde vertegenwoordigen dan een A++++ woning zonder deze garantie.

De rekenfout die huiseigenaren maken bij het inschatten van de ROI van triple glas

Bij het overwegen van kostbare maatregelen zoals triple glas, focussen veel huiseigenaren zich uitsluitend op de investeringskosten versus de directe besparing op de energierekening. Dit leidt vaak tot de conclusie dat de terugverdientijd te lang is. Dit is echter een klassieke rekenfout. De werkelijke ROI (Return on Investment) van een dergelijke upgrade is veel complexer en gunstiger als alle factoren worden meegewogen. De fout ligt in het negeren van twee cruciale elementen: subsidies en de impact op de totale woningwaarde.

Ten eerste de isolatiewaarde zelf. Technische vergelijkingen tonen aan dat triple glas tot wel 5 keer beter isoleert dan enkel glas en ook aanzienlijk beter presteert dan standaard dubbel glas. Dit leidt niet alleen tot een lagere energierekening, maar ook tot een significant hoger wooncomfort door het elimineren van koudeval bij ramen. Dit comfortaspect is een ‘zachte’ bate die zich bij verkoop wel degelijk vertaalt in een hogere waardering door potentiële kopers.

Ten tweede, en dit is de meest gemaakte fout, worden subsidies vaak niet of onvolledig meegenomen in de berekening. Zoals de specialisten van Forster aangeven, kunnen particulieren via de ISDE-regeling (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing) een aanzienlijk deel van de kosten voor HR++ of triple glas terugkrijgen. Deze subsidie verkort de terugverdientijd drastisch en verlaagt de netto-investering. De ROI-berekening moet dus niet zijn `(Kosten / Jaarlijkse besparing)`, maar `((Kosten – Subsidie) / Jaarlijkse besparing)`. Daarnaast moet de waardestijging van de woning door het hogere energielabel en het toegenomen comfort ook als een vorm van rendement worden gezien. Dit zijn de verborgen baten die de investering veel aantrekkelijker maken dan op het eerste gezicht lijkt.

Hoe combineert u landelijke ISDE met gemeentelijke subsidies voor maximaal voordeel?

Het maximaliseren van uw voordeel bij verduurzaming zit hem vaak in het slim ‘stapelen’ van subsidies. Naast de landelijke ISDE-regeling bieden veel Nederlandse gemeenten en provincies eigen, aanvullende subsidies aan voor energiebesparende maatregelen. De kunst is om deze regelingen te combineren zonder in administratieve valkuilen te trappen. Een zorgvuldige planning is hierbij essentieel, omdat de voorwaarden per regeling sterk kunnen verschillen. Sommige gemeentelijke potjes vereisen bijvoorbeeld dat u de subsidie aanvraagt *voordat* u met de werkzaamheden begint, terwijl de ISDE-aanvraag juist achteraf plaatsvindt.

Visualisatie van subsidie-stapeling mogelijkheden

Het navigeren door dit landschap van regelingen kan ontmoedigend lijken, maar met een gestructureerde aanpak kunt u duizenden euro’s extra voordeel behalen. Het startpunt is altijd een inventarisatie van de beschikbare subsidies in uw specifieke gemeente. De Energiesubsidiewijzer van Milieu Centraal is hiervoor een uitstekend hulpmiddel. Zodra u weet welke lokale regelingen er zijn, kunt u een stappenplan opstellen om zowel de landelijke als de lokale aanvraag succesvol te doorlopen.

Actieplan: Subsidies slim combineren

  1. Inventariseer de lokale regels: Controleer de voorwaarden van uw gemeentelijke subsidie. Let specifiek op de timing: moet de aanvraag vóór de start van de werkzaamheden worden ingediend?
  2. Voer de maatregelen uit en verzamel bewijs: Laat de isolatiemaatregelen uitvoeren door een erkend bedrijf en bewaar alle facturen en betaalbewijzen zorgvuldig. Zorg dat de specificaties (zoals m² en isolatiewaarden) duidelijk op de factuur staan.
  3. Dien de landelijke ISDE-aanvraag in: Vraag binnen 24 maanden na uitvoering van de eerste maatregel de ISDE-subsidie aan via het RVO-loket. U heeft hiervoor de facturen en uw DigiD nodig.
  4. Dien de gemeentelijke aanvraag in: Gebruik dezelfde facturen en bewijsstukken om de gemeentelijke subsidie aan te vragen, volgens de procedure van uw gemeente.
  5. Blijf op de hoogte: De subsidieregels, met name voor de ISDE, worden regelmatig aangepast. Controleer altijd de meest recente richtlijnen voor het jaar waarin u de maatregelen uitvoert.

Waarom voldoet uw ontwerp wel aan BENG 1 maar faalt het op BENG 2?

Een veelvoorkomend en frustrerend scenario bij (ver)bouwprojecten is dat een ontwerp op papier perfect lijkt te voldoen aan de eis voor de energiebehoefte (BENG 1), maar vervolgens strandt op de eis voor het primair fossiel energiegebruik (BENG 2). Dit illustreert perfect de complexiteit van de BENG-normen. Het is niet voldoende om alleen een dik pakket isolatie aan te brengen; het hele systeem moet in balans zijn. De BENG-eisen zijn namelijk drie communicerende vaten: BENG 1, 2 en 3.

BENG 1 kijkt puur naar de ‘schil’ van de woning: hoe goed is de isolatie, hoe luchtdicht is het gebouw en hoeveel energie is er nodig om het op een comfortabele temperatuur te houden? U kunt hieraan voldoen door te investeren in een optimale gebouwschil met een goede verhouding tussen glas en dichte geveldelen, hoge isolatiewaardes en minimale koudebruggen. Een ontwerp kan hierop uitstekend scoren, waardoor de energiebehoefte zeer laag is.

Het probleem ontstaat bij BENG 2. Deze indicator stelt een limiet aan de hoeveelheid fossiele brandstof die mag worden gebruikt. Zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving volgens de RVO voorschrijft, moet de resterende energiebehoefte zo efficiënt mogelijk worden opgewekt. Hier falen ontwerpen die wel een goede schil hebben (BENG 1), maar leunen op een minder efficiënte installatie, zoals een oudere type warmtepomp of een systeem dat in de praktijk meer elektriciteit verbruikt dan berekend. Als de gebruikte installaties niet efficiënt genoeg zijn om de (reeds lage) energievraag te dekken, zal het primaire fossiele energiegebruik (om de elektriciteit op te wekken) de BENG 2-grens overschrijden. De oplossing ligt dus niet in nóg meer isolatie, maar in de keuze voor een efficiënter en beter afgestemd installatieconcept.

Om te onthouden

  • De waarde van A++++ ligt niet in de energiebesparing alleen, maar in de combinatie van lagere maandlasten, betere financiering en risicovermindering.
  • Het bereiken van A++++ vereist een integrale aanpak van isolatie, luchtdichtheid en hoogwaardige installaties, conform de BENG-eisen.
  • Het negeren van verduurzaming is geen passieve keuze; het is een actief risico dat kan leiden tot een onverkoopbaar ‘stranded asset’ in de toekomst.

Wanneer wordt een pand ‘stranded asset’ door veranderende regelgeving en klimaat?

De term ‘stranded asset’ (gestrand vastgoed) klinkt misschien als jargon voor beleggers, maar het is een zeer reëel en opkomend risico voor iedere huiseigenaar in Nederland. Een pand wordt een stranded asset wanneer het economisch onrendabel wordt en sterk in waarde daalt, lang voor het einde van zijn technische levensduur. Dit gebeurt wanneer het niet langer voldoet aan nieuwe wet- en regelgeving, marktverwachtingen of klimaateisen. Een laag energielabel is een van de belangrijkste oorzaken.

Als taxateur zie ik dit risico steeds concreter worden. De overheid en de financiële sector stellen steeds strengere duurzaamheidseisen. Wat vandaag nog acceptabel is, kan morgen al verouderd zijn. Barbara Baarsma, een vooraanstaand econoom, verwoordde dit treffend in een analyse voor PwC.

Investeer je als vastgoedondernemer niet in duurzaamheid, dan loop je het risico van waardeverlies. Als concurrenten wel vergroenen, kan een grijze vastgoedondernemer achteropraken. Je wilt niet het risico van stranded assets lopen.

– Barbara Baarsma, PwC rapport over klimaatverandering en vastgoed

Voorbeeld uit de praktijk: De Label C-verplichting voor kantoren

De verplichting voor kantoorpanden om sinds 1 januari 2023 minimaal energielabel C te hebben, is een perfecte voorbode van wat de woningmarkt te wachten staat. Kantoren die niet aan deze eis voldeden, mochten niet langer als kantoor worden gebruikt. Dit maakte ze in één klap functioneel en economisch waardeloos, tenzij er fors werd geïnvesteerd in verduurzaming. Een kantoor met een G-label werd effectief een onverkoopbaar en onverhuurbaar object: een klassiek stranded asset. Deze trend zal zich onvermijdelijk doorzetten naar de woningmarkt.

De financiële gevolgen zijn immens. Een berekening van Calcasa toonde aan dat er een potentiële waardevermindering van €325 miljard dreigt als klimaatrisico’s volledig worden meegenomen in de woningprijzen. Investeren in een A++++ label is dus niet alleen een offensieve zet om waarde toe te voegen, maar vooral een defensieve strategie om uw bezit te beschermen tegen toekomstige waardevernietiging. Het creëert een toekomstbestendige waarde die standhoudt in een veranderende wereld.

Hoe beschermt u uw vastgoedportefeuille tegen funderingsrot en overstromingsrisico’s?

Naast de energietransitie vormt de directe impact van klimaatverandering een ander groeiend risico voor de Nederlandse vastgoedwaarde. Twee problemen springen eruit: funderingsproblematiek door droogte en paalrot, en het toenemende overstromingsrisico. Deze risico’s zijn geen abstracte toekomstmuziek, maar een acute dreiging die de waarde en zelfs de bewoonbaarheid van uw woning kan ondermijnen. Het negeren hiervan in uw investeringsbeslissing is een kostbare fout.

De omvang van de funderingsproblematiek in Nederland is alarmerend. Volgens een rapport van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, aangehaald door PwC, hebben nu al 425.000 gebouwen matige tot ernstige funderingsschade, een aantal dat kan oplopen tot bijna 800.000 in 2050. De kosten voor herstel kunnen oplopen tot tienduizenden euro’s per woning en zijn vaak voor rekening van de eigenaar. Een upgrade naar A++++ moet dus idealiter worden gecombineerd met een inspectie en eventuele aanpak van de fundering.

Bescherming tegen deze klimaatrisico’s vereist een proactieve houding. Gelukkig zijn er concrete stappen die u kunt nemen om uw vastgoed ‘waterrobuust’ te maken en funderingsrisico’s in kaart te brengen:

  • Risico-inventarisatie: Raadpleeg de Fundermaps van het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) en de Klimaateffectatlas om een eerste indruk te krijgen van de risico’s in uw specifieke gebied.
  • Waterrobuust renoveren: Verhoog drempels bij deuren, maak kelders volledig waterdicht en plaats kostbare installaties zoals de meterkast en de warmtepomp op een hogere verdieping om schade bij een eventuele overstroming te beperken.
  • Subsidies voor herstel: Onderzoek de mogelijkheden voor subsidies. Voor funderingsproblematiek zijn er soms bijdragen beschikbaar, zoals een vergoeding van 70% voor het opstellen van herstelplannen en tot 30% voor het daadwerkelijke herstel (met een maximum).

Het integreren van deze maatregelen in uw renovatieplannen beschermt niet alleen de fysieke structuur van uw woning, maar versterkt ook significant de toekomstbestendige waarde. Een koper zal in de toekomst steeds vaker vragen naar de staat van de fundering en de bescherming tegen wateroverlast. Een woning die hierop is voorbereid, heeft een onmiskenbaar voordeel op de markt.

De beslissing om te investeren in een upgrade naar energielabel A++++ is dus veel meer dan een keuze voor een lagere energierekening. Het is een strategische beslissing die de kernwaarde van uw vastgoed voor de komende decennia bepaalt. Door nu te investeren, beschermt u uw bezit niet alleen tegen de stijgende energiekosten, maar ook tegen de devaluatie door strengere regelgeving en de fysieke risico’s van klimaatverandering. Neem contact op met een erkend taxateur of energie-adviseur om een plan op maat te maken dat past bij uw woning en uw financiële situatie.

Jeroen Bakker, Bouwkundig Ingenieur en Architect gespecialiseerd in verduurzaming, energielabels en bio-based bouwen. Met 15 jaar ervaring begeleidt hij zowel particuliere CPO-projecten als grootschalige renovaties van monumentaal vastgoed.