
De aanhoudende mislukking van e-health adoptie is geen technologisch falen, maar een menselijk integratieprobleem.
- De sleutel tot succes is niet de simpelste app, maar het activeren van de intrinsieke motivatie van de cliënt binnen hun sociale ecosysteem.
- Een robuuste vertrouwensarchitectuur—van de wifi-verbinding thuis tot het cloudcontract—is een absolute voorwaarde, geen bijzaak.
Aanbeveling: Verleg uw focus van het uitrollen van apparaten naar het bouwen van een geïntegreerd zorgpad waarin technologie een logische, vertrouwde en motiverende rol speelt voor cliënt én zorgverlener.
Als zorgmanager of wijkverpleegkundige kent u het beeld: de dure tablet voor beeldbellen die ongebruikt in een la ligt, de slimme sensor die na een week wordt losgekoppeld. U heeft de voordelen uitgelegd, een training gegeven en toch stokt de adoptie van e-health. Het is frustrerend, zeker omdat de noodzaak voor technologische ondersteuning in de zorg met de dag groter wordt. De gangbare adviezen focussen vaak op de gebruiksvriendelijkheid van de technologie zelf en het aanleren van digitale vaardigheden.
Maar wat als het probleem dieper ligt? Wat als de ware sleutel niet de simpliciteit van de technologie is, maar de naadloze integratie ervan in het sociaal-emotionele ecosysteem van de cliënt? Dit omvat hun relaties, hun angsten, hun verlangens en hun fysieke omgeving. Het idee dat een gebrek aan vaardigheden het enige struikelblok is, is een te simpele voorstelling van de werkelijkheid. De ware uitdaging is om de technologie niet als een verplichting, maar als een verrijking te positioneren.
Dit artikel doorbreekt de cyclus van proberen en falen. We duiken in de kernoorzaken waarom e-health implementaties stagneren en bieden een strategisch raamwerk. We kijken verder dan de tablet en analyseren de volledige keten: van de psychologie van de cliënt en de financieringsstromen, tot de cyberveiligheid van een onbeveiligd wifi-netwerk en de contractuele aansprakelijkheid met uw IT-leveranciers. U krijgt concrete handvatten om een duurzame implementatiestrategie te bouwen die wél werkt.
Om u een helder overzicht te bieden van de complexe uitdagingen en oplossingen, hebben we dit artikel gestructureerd rond de meest prangende vragen uit de praktijk. De volgende hoofdstukken geven u een compleet beeld van het speelveld.
Inhoudsopgave: Succesvolle e-health implementatie in de praktijk
- Waarom die ‘simpele’ tablet voor beeldbellen toch in de la belandt bij uw cliënt
- Welke e-health toepassingen worden anno nu vergoed en welke niet?
- Hoe beveiligt u de verbinding van een bloeddrukmeter via de onbeveiligde wifi van de cliënt?
- Hoe weerlegt u de angst van personeel dat robots hun baan inpikken?
- Hoe zorgt u dat de meting van de thuiszorg automatisch in het dossier van de huisarts komt?
- Na hoeveel wasbeurten stopt uw slimme shirt met het meten van hartslag?
- Welke clausules in het contract met uw cloud-provider zijn cruciaal voor uw aansprakelijkheid?
- Hoe kunnen smart textiles patiënten helpen om langer zelfstandig thuis te wonen?
Waarom die ‘simpele’ tablet voor beeldbellen toch in de la belandt bij uw cliënt
De aanname is vaak dat non-acceptatie van e-health voortkomt uit een gebrek aan technische vaardigheden. Dit wordt deels bevestigd door cijfers; volgens de E-healthmonitor 2023 geeft 25% van alle zorggebruikers aan een gebrek aan kennis en vaardigheden te hebben om e-health te gebruiken. Dit is echter slechts een deel van het verhaal. De diepere oorzaak ligt vaak in het negeren van de intrinsieke motivatie en het sociaal-emotionele ecosysteem van de cliënt. Een tablet wordt niet gebruikt omdat de batterij leeg is, het wachtwoord vergeten is, of omdat de mantelzorger er zelf sceptisch over is. Dit noemen we technologische frictie.
De échte doorbraak vindt plaats wanneer de technologie aansluit bij een diepgevoeld verlangen van de cliënt. Dit kan het verlangen zijn om de kleinkinderen in het buitenland vaker te zien via beeldbellen, de wens om de regie te houden over de eigen gezondheid door zelf metingen te doen, of de geruststelling van een directe lijn met een zorgverlener. De focus moet verschuiven van “U moet dit leren” naar “Wat zou u hiermee willen bereiken?”.
De rol van de wijkverpleegkundige en de mantelzorger is hierin cruciaal. Zij zijn de poortwachters van het vertrouwen. Als zij de technologie omarmen en het nut ervan in de dagelijkse praktijk kunnen demonstreren, wordt de drempel voor de cliënt aanzienlijk verlaagd. Het gaat dus niet om een eenmalige training, maar om een continu proces van begeleiding, aanmoediging en het integreren van de technologie in de bestaande sociale structuren en routines van de cliënt.
Welke e-health toepassingen worden anno nu vergoed en welke niet?
Een succesvolle implementatie staat of valt met een duurzaam financieel model. Als zorgmanager moet u weten welke e-health toepassingen vergoed worden en via welke geldstromen. De financiering van digitale zorg in Nederland is complex en versnipperd over de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en specifieke subsidieregelingen. Deze versnippering maakt het lastig om een eenduidig beleid te voeren, maar biedt ook kansen als u de wegen kent.

Om de inzet van digitale zorg te versnellen, investeert het kabinet via de Stimuleringsregeling E-health Thuis (SET) en andere programma’s. Hiermee wordt bijvoorbeeld de aanschaf van medicatiedispensers of de inzet van telemonitoring voor chronisch zieken gestimuleerd. Voor reguliere toepassingen zoals beeldbellen met de huisarts, kan dit vaak al binnen de bestaande consulttarieven van de Zvw gedeclareerd worden. Voor andere toepassingen, zoals leefstijlmonitoring, is vaak een indicatie van de gemeente via de Wmo nodig.
Het is cruciaal om per toepassing en per cliënt het juiste financieringspad te identificeren. Dit vereist een goede samenwerking met zorgverzekeraars, gemeenten en het zorgkantoor. De onderstaande tabel geeft een vereenvoudigd overzicht van de meest voorkomende financieringsbronnen voor verschillende e-health toepassingen.
| Type toepassing | Financieringsbron | Voorwaarden | Doelgroep |
|---|---|---|---|
| Beeldbellen huisarts | Zorgverzekeringswet (Zvw) | Via reguliere consulttarieven | Alle verzekerden |
| Medicatiedispenser thuis | SET-subsidie / Wlz | Via zorginstelling aanvragen | Thuiswonende ouderen |
| Leefstijlmonitoring | Wmo (gemeente) | Indicatie nodig | Kwetsbare ouderen |
| Telemonitoring chronisch zieken | Zvw / Value-based contracts | Afhankelijk van zorgverzekeraar | Chronisch zieken |
Hoe beveiligt u de verbinding van een bloeddrukmeter via de onbeveiligde wifi van de cliënt?
Het versturen van medische gegevens vanuit de thuissituatie introduceert een aanzienlijk veiligheidsrisico. De wifi-verbinding van een cliënt is vaak slecht of niet beveiligd, wat een open deur is voor datalekken. Als zorgaanbieder bent u eindverantwoordelijk voor de bescherming van deze persoonsgegevens. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) stelt hierin steeds strengere eisen.
Vanaf 2024 vereist de IGJ dat ziekenhuizen aantoonbaar voldoen aan de NEN 7510 voor informatiebeveiliging in de zorg.
– Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Certificeringsadvies Nederland
Hoewel deze specifieke eis voor ziekenhuizen geldt, zet het de toon voor de gehele zorgsector. Werken volgens de NEN 7510/7512/7513 normen is de de facto standaard voor veilige informatie-uitwisseling. Dit betekent dat u een robuuste vertrouwensarchitectuur moet opzetten. De oplossing is niet om te proberen het thuisnetwerk van elke cliënt te beveiligen; dat is onbegonnen werk. De oplossing ligt in het kiezen van technologie die de onveilige schakel omzeilt en het maken van waterdichte afspraken met leveranciers.
Dit vereist een proactieve aanpak bij de selectie en implementatie van IoT-apparaten in de zorg. U moet verder kijken dan de functionaliteit en de leverancier kritisch bevragen op certificeringen en veiligheidsprotocollen. Een gedegen plan is geen luxe, maar een wettelijke en ethische plicht.
Actieplan: Veilige IoT-implementatie in de thuiszorg
- Omzeil het risico: Kies voor apparaten met ingebouwde 4G/5G-connectiviteit. Deze maken geen gebruik van de onveilige thuis-wifi en hebben een eigen, beveiligde verbinding met de cloud-omgeving.
- Verifieer de leverancier: Controleer of de leverancier van de hardware én de software NEN 7510/7512 gecertificeerd is. Dit garandeert een basisniveau van informatiebeveiliging.
- Stel een verwerkersovereenkomst op: Leg hierin glasheldere afspraken vast over databeheer, meldplicht bij datalekken en aansprakelijkheid. Dit is juridisch essentieel.
- Eis end-to-end encryptie: Zorg dat alle data, van het apparaat tot aan het zorgdossier, versleuteld wordt verzonden. Hierdoor is de data onleesbaar, zelfs als deze wordt onderschept.
- Train op cyberhygiëne: Hoewel de techniek leidend is, blijft basiskennis belangrijk. Bied cliënten en mantelzorgers een eenvoudige training aan met materiaal van bijvoorbeeld SeniorWeb of Veiliginternetten.nl.
Hoe weerlegt u de angst van personeel dat robots hun baan inpikken?
De introductie van zorgrobots of andere vormen van automatisering stuit vaak op weerstand bij het eigen personeel. De angst dat technologie ‘de menselijke maat’ vervangt of zelfs banen overbodig maakt, is een reële zorg die serieus genomen moet worden. De sleutel tot het wegnemen van deze angst is niet ontkenning, maar een herdefiniëring van de rol van technologie: het is geen vervanging, maar een augmentatie. Technologie is een instrument om de efficiëntie te verhogen en tijd vrij te maken voor waar het echt om draait: complexere zorg en persoonlijk contact.

Het sterkste argument tegen de angst voor baanverlies is de onvermijdelijke realiteit van het personeelstekort. Zoals KPMG Health onlangs becijferde, komen 300.000 tachtigplussers in 2040 naar schatting 100 miljoen uur zorg tekort als we niets doen. Technologie is de enige haalbare oplossing om deze kloof te overbruggen. Het narratief moet dus zijn: “We hebben robots niet nodig om jullie te vervangen, maar om jullie te helpen het werk überhaupt nog te kunnen doen.”
In de praktijk zien we dit al gebeuren. Zorgrobots worden al ingezet voor repetitieve taken zoals het rondbrengen van maaltijden, het desinfecteren van ruimtes of het helpen bij fysiotherapie-oefeningen. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat 17% van de verpleegkundigen in de ouderenzorg al robots inzet, voornamelijk voor huishoudelijke taken en als gezelschap. Door medewerkers vanaf het begin te betrekken bij de selectie en implementatie van technologie, en door hen te laten meebeslissen over welke taken geautomatiseerd kunnen worden, creëert u eigenaarschap en verandert de perceptie van bedreiging naar kans.
Hoe zorgt u dat de meting van de thuiszorg automatisch in het dossier van de huisarts komt?
Een van de grootste struikelblokken in de digitale zorg is het gebrek aan interoperabiliteit. Een meting die thuis wordt gedaan, heeft pas echt waarde als deze naadloos en automatisch terechtkomt in de dossiers van alle relevante zorgverleners, zoals de huisarts of de specialist in het ziekenhuis. Dit proces, bekend als ketenintegratie, voorkomt dubbele administratie en zorgt ervoor dat iedereen met dezelfde, actuele informatie werkt. De Nederlandse overheid erkent dit probleem en stelt voor 2024 9,3 miljoen euro beschikbaar voor de elektronische verpleegkundige overdracht.
De technische oplossing voor dit probleem in Nederland wordt steeds meer gestandaardiseerd rondom MedMij. Dit is een set afspraken die ervoor zorgt dat data veilig en betrouwbaar kan worden uitgewisseld tussen de Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO) van de cliënt en de systemen van zorgaanbieders, zoals het Huisartsinformatiesysteem (HIS).
Voor een zorgmanager betekent dit dat de keuze voor e-health toepassingen gestuurd moet worden door compatibiliteit. Het is niet genoeg dat een bloeddrukmeter een app heeft; die app moet kunnen communiceren met een MedMij-gecertificeerde PGO, die op zijn beurt weer moet kunnen praten met de meest gangbare HIS-systemen (zoals Medicom of MicroHIS). Het implementatieproces is als volgt:
- Kies een MedMij-gecertificeerde PGO: Selecteer een PGO die voldoet aan de nationale standaard voor data-uitwisseling.
- Controleer de compatibiliteit: Verifieer dat de gekozen e-health toepassing (en de bijbehorende PGO) kan koppelen met de HIS-systemen van de huisartsen in uw regio.
- Sluit aan bij de Regionale Samenwerkingsorganisatie (RSO): RSO’s coördineren de digitale gegevensuitwisseling in de regio en kunnen u ondersteunen bij de technische aansluiting.
- Test de datastroom: Start een pilot met een kleine groep cliënten en huisartsen om de data-uitwisseling end-to-end te testen en kinderziektes op te lossen.
- Train op gestandaardiseerde invoer: Zorg dat uw personeel de data op een uniforme manier invoert, zodat de kwaliteit en interpreteerbaarheid voor andere zorgverleners gewaarborgd is.
Na hoeveel wasbeurten stopt uw slimme shirt met het meten van hartslag?
De opkomst van ‘smart textiles’ of slim textiel opent een wereld aan mogelijkheden voor onopvallende, continue monitoring van patiënten thuis. Denk aan shirts die de hartslag en ademhaling meten, of sokken die de loopgang analyseren om valrisico te detecteren. Maar naast de technologische belofte, roept het ook zeer praktische vragen op voor een zorgmanager. Een van de belangrijkste is de levensduur en de Total Cost of Ownership (TCO). Een slim shirt is geen eenmalige aankoop zoals een bloeddrukmeter; het is onderhevig aan slijtage.
De sensoren en geleidende draden in het textiel degraderen door wassen, dragen en uitrekken. De meeste fabrikanten garanderen een functionaliteit voor een bepaald aantal wasbeurten, vaak variërend van 25 tot 100 cycli. Dit betekent dat u een financieel model moet kiezen dat past bij deze realiteit. Een eenmalige hoge aanschafprijs is riskant als het product na een jaar vervangen moet worden. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van verschillende businessmodellen.
De keuze voor een model hangt af van uw budget, de doelgroep en de intensiteit van het gebruik. Een abonnement kan voorspelbaarheid in kosten bieden en garandeert dat de cliënt altijd over functionerende technologie beschikt, wat cruciaal is voor de betrouwbaarheid van de monitoring.
| Businessmodel | Voordelen | Nadelen | TCO per jaar (indicatief) |
|---|---|---|---|
| Eenmalige aankoop | Eigendom bij gebruiker | Hoge initiële kosten, vervangingsrisico | €500-€800 |
| Abonnement/Leasing | Gegarandeerde vervanging, lagere instapdrempel | Continue kosten | €30-€50/maand |
| Pay-per-use | Alleen betalen bij gebruik | Onvoorspelbare kosten | Variabel |
Welke clausules in het contract met uw cloud-provider zijn cruciaal voor uw aansprakelijkheid?
Wanneer u e-health diensten implementeert, worden de data van uw cliënten bijna altijd opgeslagen in de cloud. Dit betekent dat u een cruciale afhankelijkheid aangaat met een externe partij: de cloud-provider (zoals Amazon Web Services, Microsoft Azure of een lokale speler). Als zorgaanbieder blijft u echter eindverantwoordelijk voor de veiligheid van die data. Een datalek bij uw provider kan direct op uw organisatie afstralen. Daarom zijn de contractuele afspraken die u maakt van het grootste belang voor het afdekken van uw aansprakelijkheid.
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is hier heel duidelijk over. In lijn met de AVG moet u kunnen aantonen dat u de juiste technische en organisatorische maatregelen heeft genomen. Dit strekt zich uit tot de keuze van uw leveranciers. Zoals de AP stelt, moeten zorgaanbieders zich houden aan standaarden zoals NEN 7510, NEN 7512 en NEN 7513 bij het gebruik van een elektronisch uitwisselingssysteem. U moet dit dus contractueel eisen van uw cloud-provider en al hun onderaannemers (‘sub-processors’).
Uw verwerkersovereenkomst is uw belangrijkste juridische schild. Generieke voorwaarden zijn niet voldoende; u moet specifieke, zorg-gerelateerde clausules opnemen die uw risico’s minimaliseren. De volgende punten zijn absoluut onmisbaar in elk contract met een cloud-provider in de zorgsector:
- Verplichte NEN 7510 certificering: De provider en alle betrokken sub-processors moeten aantoonbaar NEN 7510 gecertificeerd zijn. Dit is de basisnorm voor informatiebeveiliging in de Nederlandse zorg.
- Data-lokalisatie binnen de EER: Laat contractueel vastleggen dat alle patiëntdata uitsluitend binnen de Europees Economische Ruimte (EER) wordt opgeslagen en verwerkt, inclusief back-ups. Koppel hier een boeteclausule aan.
- Meldplicht bij incidenten: De provider moet verplicht worden om een beveiligingsincident of datalek binnen een zeer korte termijn (bv. 4 uur) aan u te melden, zodat u tijdig aan uw eigen meldplicht bij de AP kunt voldoen.
- Exit-clausule: Wat gebeurt er als u het contract beëindigt? De overeenkomst moet een gedetailleerde procedure bevatten voor data-portabiliteit, waarin staat dat u al uw data binnen een redelijke termijn (bv. 30 dagen) in een leesbaar formaat terugkrijgt.
- Recht op audit: Zorg dat u het recht heeft om (of te laten) controleren of de provider zich aan de afspraken houdt, bijvoorbeeld via jaarlijkse onafhankelijke security audits.
Essentiële inzichten
- De adoptie van e-health hangt minder af van de technologie en meer van de integratie in het sociale en motiverende netwerk van de cliënt.
- Een waterdichte ‘vertrouwensarchitectuur’ is de basis: dit omvat NEN-gecertificeerde techniek, veilige data-uitwisseling (MedMij) en ijzersterke cloudcontracten.
- Technologie is de oplossing voor het naderende personeelstekort; frame het als een hulpmiddel dat zorgverleners ontlast en niet als een vervanger.
Hoe kunnen smart textiles patiënten helpen om langer zelfstandig thuis te wonen?
Smart textiles representeren de volgende stap in de evolutie van thuismonitoring. Terwijl de inzet van medicatietechnologie en persoonsalarmering volgens de Monitor Digitale Zorg 2024 al gemeengoed is in de wijkverpleging, bieden slimme kledingstukken een veel rijkere, contextuele en passieve manier van monitoren. In plaats van een actieve handeling (een knop indrukken, een meting doen), verzamelt de technologie data gedurende de dag. Dit kan variëren van het monitoren van vitale functies tot het detecteren van veranderingen in activiteitspatronen die kunnen wijzen op een verhoogd valrisico of een achteruitgang in de gezondheid.
De ware kracht van smart textiles ligt in de verschuiving van reactieve naar preventieve zorg. Door subtiele veranderingen vroegtijdig te signaleren, kan een zorgverlener ingrijpen voordat een situatie escaleert. Onderzoek van TNO bij het Holst Centre richt zich precies hierop: het ontwikkelen van ‘health patches’ en slim textiel die niet alleen behandelen, maar vooral voorkomen. Een slim shirt dat ademhalingspatronen meet, kan bijvoorbeeld een exacerbatie bij een COPD-patiënt voorspellen, waardoor tijdig medicatie kan worden aangepast en een ziekenhuisopname mogelijk wordt voorkomen.
Kinetic Analysis en Quad Industries NV slaan hun handen ineen om een slim longshirt te ontwikkelen en vermarkten, waarmee patiënten zichzelf thuis beter kunnen monitoren op basis van objectieve data.
– Interreg Vlaanderen-Nederland
Voor cliënten betekent dit een verhoogd gevoel van veiligheid zonder het gevoel continu ‘onder toezicht’ te staan. De technologie is onzichtbaar verweven in hun dagelijks leven. Voor zorgorganisaties biedt het een schat aan objectieve data, wat leidt tot efficiëntere en meer gepersonaliseerde zorg. De implementatie vereist wel een robuuste infrastructuur voor data-analyse en duidelijke protocollen voor de opvolging van de signalen die de technologie genereert.
Om deze complexe uitdagingen om te zetten in een succesvolle, duurzame strategie, is het essentieel om terug te keren naar de basis. De sleutel ligt niet in de technologie zelf, maar in de menselijke en organisatorische context waarin deze wordt geplaatst. Voor een succesvolle implementatie is het cruciaal om de psychologische drempels en motivatoren van de eindgebruiker te doorgronden. Zet daarom nu de eerste stap naar een effectievere aanpak door uw implementatieplan te evalueren vanuit het perspectief van de cliënt.