mei 16, 2024

De transitie naar een circulair model is geen kostenpost, maar uw meest effectieve strategie om bedrijfscontinuïteit en winstgevendheid te garanderen in een volatiele markt.

  • Directe kostenreductie door slim hergebruik van materialen en componenten.
  • Nieuwe, stabiele inkomstenstromen door lease- en ‘as-a-service’-modellen.
  • Strategische risicobeperking tegen stijgende grondstofprijzen en strengere regelgeving.

Aanbeveling: Start niet met een complex plan, maar met een pragmatische analyse van uw huidige materiaal- en afvalstromen om direct de meest rendabele kansen te identificeren.

Als MKB-ondernemer in de Nederlandse maakindustrie voelt u de druk toenemen. De prijzen van grondstoffen zijn onvoorspelbaar, leveringsketens onbetrouwbaar en klanten vragen steeds vaker naar de duurzaamheid van uw producten. U hoort overal dat u moet verduurzamen en overstappen op een ‘circulair model’. Vaak worden deze adviezen gepresenteerd als een morele plicht of een complexe, kostbare verplichting, vooral voor het MKB dat, zoals we weten, de ruggengraat van de Nederlandse economie vormt.

Maar wat als deze transitie geen bedreiging is, maar juist uw grootste commerciële kans? Wat als circulariteit niet primair over het redden van de planeet gaat, maar over het versterken van uw balans en het beschermen van uw winstmarge? De kern van een succesvolle circulaire transformatie ligt niet in het navolgen van trends, maar in een keiharde, pragmatische analyse van uw businessmodel. Het gaat erom risico’s om te zetten in kansen, afvalstromen in waardevolle activa en lineaire kosten in circulaire winst. Deze aanpak is geen luxe voor grote multinationals; het is een overlevingsstrategie die juist voor het flexibele MKB binnen handbereik ligt.

Dit artikel is daarom geen theoretische verhandeling, maar een concrete routekaart voor de pragmatische ondernemer. We laten zien hoe u in 2 jaar tijd significante stappen kunt zetten, niet door idealisme, maar door strategische keuzes die uw operationele kosten verlagen, nieuwe inkomsten genereren en uw bedrijf immuniseren tegen de economische schokken van morgen. We focussen op de ROI van circulariteit en de concrete stappen die u vandaag kunt zetten.

In dit artikel ontdekt u een stapsgewijze aanpak om uw bedrijf winstgevend te transformeren. We behandelen de financiële voordelen, praktische modellen, risicobeheer en de rapportageverplichtingen die op u afkomen.

Waarom een circulair model uw operationele kosten met 20% verlaagt

Voor een pragmatische MKB-ondernemer telt maar één ding: de onderste regel van de resultatenrekening. De belofte van 20% kostenreductie klinkt misschien ambitieus, maar is een direct en logisch gevolg van een correct geïmplementeerd circulair model. De kern van deze besparing zit niet in complexe technologie, maar in een fundamentele verschuiving: van het constant inkopen van nieuwe, dure grondstoffen naar het maximaliseren van de waarde van materialen die al in uw bezit of in uw keten zijn.

Denk concreet aan de directe besparing op inkoopkosten. Elk component dat u hergebruikt, elke partij materiaal die u terugwint, is een component of partij die u niet hoeft in te kopen tegen de huidige, volatiele marktprijzen. Dit principe van waardeketen-optimalisatie gaat verder dan simpelweg recyclen. Het betekent dat u uw producten zo ontwerpt dat ze eenvoudig te demonteren en te repareren zijn. Het Nederlandse bouwbedrijf Jan Snel, bijvoorbeeld, focust op modulaire oplossingen. Door bij de bouw al rekening te houden met demontage, kunnen ze materialen als beton, staal en hout hoogwaardig hergebruiken, wat hun afhankelijkheid van nieuwe grondstoffen en de bijbehorende kosten drastisch vermindert.

Daarnaast leidt een circulair model tot significante besparingen op afvalverwerking. Wat voorheen een kostenpost was – het afvoeren van restmaterialen – wordt een bron van waarde. Deze ‘afval’-stromen kunnen worden hergebruikt in uw eigen proces (cascadering) of verkocht worden aan andere bedrijven. Voor het MKB, dat volgens MKB Servicedesk goed is voor 60% van de toegevoegde waarde en 70% van de werkgelegenheid in Nederland, is deze efficiëntieslag geen bijzaak, maar een strategisch wapen om de concurrentiepositie te versterken.

Hoe zet u een lease-constructie op voor uw producten zonder cashflow-problemen?

De overstap van een traditioneel verkoopmodel naar een ‘Product-as-a-Service’ (PaaS) of leasemodel is een van de krachtigste circulaire strategieën. U verkoopt niet langer een product, maar de functie ervan voor een vast bedrag per maand. Dit creëert een stabiele, voorspelbare inkomstenstroom en zorgt ervoor dat u eigenaar blijft van de waardevolle materialen. De grootste angst van MKB’ers hierbij is terecht: hoe financier ik de productie zonder de directe inkomsten van een verkoop? Dit raakt de kern van uw cashflow.

Een cashflow-neutrale transitie is echter haalbaar met een slimme aanpak. Begin klein. Start niet met uw volledige productlijn, maar met een pilot voor een specifiek product of een niche klantgroep. Dit minimaliseert het initiële kapitaalrisico. Een uitstekend Nederlands voorbeeld is Bugaboo. Sinds 2021 bieden zij met ‘Bugaboo Flex’ een lease-concept voor kinderwagens. Ouders betalen een maandelijks bedrag en Bugaboo blijft eigenaar, verantwoordelijk voor onderhoud en het terugnemen na gebruik. Dit model garandeert hen een stroom van hoogwaardige componenten voor refurbishment.

Visualisatie van circulaire lease-constructie voor MKB producten

De sleutel tot een gezonde cashflow ligt in de financiering. In plaats van de volledige productie uit eigen middelen te betalen, kunt u samenwerken met een financieringspartner die de initiële investering dekt en de leasebetalingen als onderpand gebruikt. Een andere optie is om de verkoopprijs van het product direct te herinvesteren in de productie van meerdere ‘lease-units’. De eerste leasebetalingen helpen dan om de operationele kosten te dekken. Dit creëert een vliegwieleffect waarbij de leaseportfolio zichzelf begint te financieren. Zo wordt het leasemodel geen cashflow-probleem, maar een motor voor duurzame groei.

Recycling of refurbishment: wat levert het meeste op voor elektronica-producten?

Binnen de circulaire economie is niet elke strategie even rendabel. Voor producten met een hoge complexiteit en waarde, zoals elektronica, is de keuze tussen recycling en refurbishment cruciaal voor uw winstgevendheid. De algemene regel, zoals experts benadrukken, is eenvoudig maar krachtig: hoe kleiner en lokaler de ‘cirkel’ van hergebruik, hoe meer economische waarde behouden blijft. Recycling, waarbij een product wordt vermalen tot grondstoffen, is de grootste cirkel en vernietigt de meeste waarde.

Hoe kleiner de cirkel gehouden wordt, hoe meer economische waarde er in de componenten en materialen behouden wordt en hoe minder energie het kost.

– Horizonteer, Circulaire economie voor MKB

De ‘R-ladder’ van circulariteit biedt hier een duidelijke hiërarchie: Refuse (weigeren), Reduce (verminderen), Reuse (hergebruiken), Refurbish (opknappen), en pas daarna Recycle. Voor een MKB in de elektronicasector betekent dit dat de focus moet liggen op refurbishment (het repareren en updaten van een volledig product) en het hergebruik van componenten. Hierbij blijft de toegevoegde waarde van engineering, assemblage en software behouden. Recycling zou de allerlaatste optie moeten zijn, enkel voor onderdelen die echt niet meer te redden zijn.

De onderstaande vergelijking, gebaseerd op een analyse van circulaire strategieën, maakt het financiële verschil pijnlijk duidelijk. Refurbishment behoudt tot wel 90% van de oorspronkelijke productwaarde, terwijl recycling vaak minder dan 30% van de materiaalwaarde terugwint, en dan hebben we het nog niet over de verloren productiewaarde.

Vergelijking Rendement Recycling vs. Refurbishment
Strategie Waardebehoud Energiebesparing Arbeidsintensiteit
Refurbishment 80-90% Hoogste besparing Hoog (reparatie vereist)
Hergebruik componenten 60-70% Gemiddeld Gemiddeld
Recycling materialen 20-30% Laagste besparing Laag (geautomatiseerd)

Voor u als ondernemer is de conclusie helder: investeer in de capaciteit om producten terug te nemen, te testen, te repareren en opnieuw op de markt te brengen. De initiële investering in technische vaardigheden en logistiek betaalt zich vele malen terug in de vorm van hoger waardebehoud en lagere productiekosten voor ‘nieuwe’ (refurbished) apparaten.

Het faillissementsrisico voor bedrijven die de grondstoffentransitie negeren

Het grootste risico van de circulaire transitie is niet de investering die het vraagt, maar de commerciële consequentie van niets doen. Voor veel MKB-bedrijven voelt de druk van grondstofprijzen als een conjunctureel probleem, maar het is een structurele verschuiving. Het negeren van deze transitie is geen passieve keuze meer; het is een actieve strategie die op middellange termijn kan leiden tot marktirrelevantie en faillissement.

Het gevaar komt uit twee hoeken. Ten eerste, de toenemende afhankelijkheid van volatiele grondstofmarkten. Een lineair model maakt uw bedrijf extreem kwetsbaar voor prijsschokken en geopolitieke instabiliteit. Een circulair model fungeert als risico-immunisatie door uw afhankelijkheid van nieuwe materialen systematisch af te bouwen. Ten tweede, en misschien nog wel acuter, is het risico van marktverlies. Grote opdrachtgevers en de overheid (die, ter illustratie, jaarlijks voor miljarden euro’s inkoopt) stellen steeds strengere duurzaamheidseisen in hun aanbestedingen. Bedrijven die niet kunnen aantonen dat ze hun materiaalstromen en CO2-uitstoot beheersen, prijzen zichzelf uit de markt.

Visualisatie van risico's voor bedrijven die circulaire transitie negeren

Onderzoek toont aan dat hoewel meer dan 95% van de Nederlandse bedrijven tot het MKB behoort en zij verantwoordelijk zijn voor circa 50% van de totale CO2-voetafdruk, deze groep vaak achterloopt in de transitie. Dit creëert een gevaarlijke spagaat: de sector met de grootste cumulatieve impact is het minst voorbereid op de nieuwe economische realiteit. De concurrent die wél een refurbished lijn aanbiedt, die wél een materiaalpaspoort kan overleggen, of die wél een lagere MKI-score heeft, wint de offerte. Het risico is dus niet hypothetisch; het is een direct commercieel gevaar.

Hoe organiseert u een retourstroom die kostendekkend is voor gebruikte goederen?

Een van de grootste praktische obstakels voor een circulair model is de logistiek. Hoe krijgt u uw gebruikte producten op een efficiënte en betaalbare manier terug van de klant? Veel ondernemers vrezen dat de kosten voor transport, opslag en verwerking de baten van hergebruik tenietdoen. De sleutel ligt in het ontwerpen van een kosten-dekkende retourlogistiek, waarbij het proces zichzelf financiert door de waarde die het ontsluit.

Vergeet het idee van een dure, centraal gestuurde operatie. De oplossing voor het MKB ligt in slimme, decentrale en collaboratieve systemen. In plaats van zelf een landelijk dekkend netwerk op te zetten, kunt u samenwerken met lokale partners, reparatiewinkels of zelfs sociale werkplaatsen om als inzamelpunten te fungeren. Dit verlaagt niet alleen de transportkosten, maar versterkt ook de lokale economie en uw maatschappelijke positie.

De waarde van het geretourneerde product moet de kosten van de logistiek overstijgen. Dit vereist dat u de restwaarde van uw producten systematisch meet en begrijpt. Een product dat na drie jaar gebruik nog 40% van zijn componentwaarde behoudt, kan een aanzienlijke logistieke kost rechtvaardigen. Stimuleer klanten om producten in te leveren met beloningssystemen zoals statiegeld, korting op een volgend ‘lease’-termijn, of een upgrade. Technologie kan hierbij een cruciale rol spelen, zelfs met een beperkt budget.

Actieplan voor een winstgevende retourlogistiek

  1. Implementeer slimme tracking: Voorzie producten van een simpele QR-code die linkt naar een retourportaal. Dit geeft u data over de locatie en status van uw ‘materiële activa’ in het veld.
  2. Creëer regionale hubs: Werk samen met andere lokale MKB’ers om gezamenlijke inzamelpunten en transportroutes op te zetten. Deelplatforms verlagen de kosten voor iedereen.
  3. Ontwikkel slimme beloningen: Maak retourneren aantrekkelijk. Denk aan een statiegeldsysteem of bied een directe korting op een vervangend (refurbished) product of dienst.
  4. Meet de restwaarde systematisch: Behandel geretourneerde goederen niet als afval, maar als activa. Analyseer en registreer de waarde van teruggewonnen componenten om de terugkoopprijs en logistieke investering te optimaliseren.
  5. Optimaliseer de ‘first mile’: Focus op het meest kostbare deel van de retourlogistiek: het ophalen bij de klant. Gebruik lokale partners of bied een inleverpunt aan in ruil voor een beloning.

Waarom Scope 3 emissies uw grootste blinde vlek zijn in de boekhouding

Wanneer MKB-ondernemers denken aan hun CO2-voetafdruk, focussen ze vaak op wat direct meetbaar is: het gas- en elektriciteitsverbruik (Scope 1 en 2). De echte olifant in de kamer zijn echter de Scope 3 emissies. Dit zijn alle indirecte emissies in uw waardeketen: van de productie van de grondstoffen die u inkoopt tot het energieverbruik van uw producten bij de eindklant. Voor veel maakbedrijven vertegenwoordigt Scope 3 meer dan 80% van hun totale voetafdruk. Het is uw grootste financiële en reputationele risico, en tegelijkertijd uw grootste kans.

Waarom is dit een ‘blinde vlek’ in de boekhouding? Omdat deze kosten en risico’s niet direct op uw energierekening staan, maar verborgen zitten in uw inkoopcontracten en de afhankelijkheid van uw leveranciers. Een leverancier die op fossiele brandstoffen draait, importeert een CO2-risico direct in uw bedrijf. Als er een CO2-heffing komt, zal die leverancier zijn prijzen verhogen. Uw Scope 3 is dus een directe indicator van de klimaatbestendigheid van uw supply chain.

Het beheersen van Scope 3 is geen abstracte boekhoudkundige oefening, maar een commerciële noodzaak. De Nederlandse overheid besteedt jaarlijks voor zo’n 70 miljard euro aan inkopen en stelt, net als veel grote bedrijven, steeds vaker eisen aan de Scope 3-rapportage van hun leveranciers. Wie zijn ketenemissies niet kent, kan straks niet meer meedoen. Circulaire strategieën zijn het meest effectieve wapen om Scope 3 te reduceren. Het Amsterdamse bedrijf Roetz-Bikes, dat nieuwe designfietsen maakt van afgedankte onderdelen, pakt het probleem bij de wortel. Door hergebruik vermijden ze de enorme CO2-uitstoot die gepaard gaat met de productie van nieuw staal en aluminium, waardoor hun Scope 3-emissies drastisch dalen.

Welke vroege signalen in uw orderportefeuille wijzen op een structurele marktverschuiving?

De verschuiving naar een circulaire economie is geen toekomstige trend; het is een realiteit die zich nu al aftekent in uw dagelijkse business. Als u weet waar u moet kijken, is uw eigen orderportefeuille de beste barometer voor deze structurele verandering. Het negeren van deze vroege signalen is als varen in de mist. Recent onderzoek toont aan dat de beweging al in volle gang is: onderzoek onder 600 MKB-bedrijven laat zien dat 56% al elementen van circulaire bedrijfsvoering heeft geïmplementeerd. Als u hier nog niet bij hoort, loopt u achter op meer dan de helft van uw concurrenten.

De signalen zijn vaak subtiel, maar onmiskenbaar. Het begint niet met een plotselinge daling van de omzet, maar met een verandering in de vraag en het concurrentielandschap. Analyseer niet alleen de gewonnen offertes, maar vooral de verloren offertes. Heeft u verloren van een concurrent die een lagere Milieu Kosten Indicator (MKI) score kon overleggen? Of bood de concurrent een terugnamegarantie of een refurbished alternatief? Dit zijn geen incidenten, maar voorbodes van nieuwe marktstandaarden.

Let ook op de vragen die uw klanten en accountmanagers stellen. Komen er vaker vragen over de herkomst van materialen, de repareerbaarheid van producten of de beschikbaarheid van een materiaalpaspoort? Het systematisch registreren van deze vragen geeft u een onbetaalbaar inzicht in de veranderende klantbehoeften. De meest concrete signalen zijn:

  • Een toename van klantvragen over duurzaamheid, end-of-life opties en repareerbaarheid.
  • Concurrenten die refurbished productlijnen introduceren, vaak tegen een lagere prijs.
  • Verloren offertes waarbij circulaire criteria (zoals MKI-score, CO2-uitstoot) doorslaggevend waren.
  • Grote opdrachtgevers die in hun aanbestedingseisen expliciet vragen om circulaire garanties of rapportages.

Deze signalen tonen aan dat de definitie van ‘waarde’ voor uw klanten aan het verschuiven is. Het gaat niet langer alleen om prijs en kwaliteit, maar steeds meer om levensduur, impact en circulariteit. Het proactief monitoren van deze indicatoren stelt u in staat om uw strategie tijdig aan te passen, in plaats van gedwongen te worden tot een reactieve en kostbare inhaalslag.

Kernpunten

  • Circulariteit is geen kostenpost, maar een directe strategie om operationele kosten te verlagen door slim hergebruik van materialen.
  • ‘Product-as-a-Service’-modellen (leasing) bieden een kans om stabiele, terugkerende inkomsten te genereren en de controle over waardevolle grondstoffen te behouden.
  • Het grootste risico is niet de investering in circulariteit, maar de commerciële irrelevantie die dreigt als u de transitie negeert en concurrenten wel stappen zetten.

Hoe berekent u als MKB’er uw CO2-voetafdruk volgens de nieuwe EU-rapportageregels?

Nu we de ‘waarom’ en ‘hoe’ van winstgevende circulaire modellen hebben besproken, komen we bij de onvermijdelijke vraag van de pragmaticus: hoe meten we de voortgang en voldoen we aan de regels? De aanstaande Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) van de EU zal ook het MKB, direct of indirect via de keten, verplichten om te rapporteren over hun impact. Het berekenen van uw CO2-voetafdruk is niet langer een vrijblijvende marketingoefening, maar wordt een essentieel onderdeel van uw financiële verslaglegging.

Voor een MKB’er klinkt dit misschien als een complexe en dure administratieve last. De kern is echter om het praktisch te houden. Begin met de basis: verzamel de data die u al heeft. Dit omvat uw verbruik van gas, elektriciteit en brandstof voor uw wagenpark (Scope 1 en 2). Hiervoor zijn online diverse gratis tools en rekenmodellen beschikbaar, onder andere via de RVO. Dit geeft u een eerste, ruwe meting van uw directe uitstoot.

De echte uitdaging en kans ligt, zoals we zagen, in Scope 3. Begin hier met de 80/20-regel: identificeer de grootste componenten in uw inkoop en de belangrijkste leveranciers. Vraag hen om hun eigen CO2-data. In het begin zullen veel leveranciers dit niet hebben, maar alleen al door de vraag te stellen, zet u een beweging in de keten in gang. Voor de overige emissies kunt u werken met branchegemiddelden en gestandaardiseerde emissiefactoren. Het doel in het eerste jaar is niet perfectie, maar het creëren van een baseline. Deze baseline is uw startpunt, het ‘jaar nul’ van waaruit u de effectiviteit van al uw circulaire initiatieven kunt meten.

Zie deze berekening niet als een verplichting, maar als het dashboard van uw nieuwe, circulaire bedrijf. Het stelt u in staat om te sturen. U ziet direct het effect van het overstappen naar een leverancier die groene stroom gebruikt, of de CO2-besparing van uw nieuwe refurbished productlijn. Het maakt uw duurzaamheidsinspanningen meetbaar, rapporteerbaar en, bovenal, bestuurbaar. Zo wordt rapportage geen last, maar een strategisch managementinstrument.

Bent u klaar om de risico’s van morgen om te zetten in de winst van vandaag? Begin dan nu met het analyseren van uw materiaalstromen om de eerste, meest rendabele stap richting een circulair model te identificeren en uw bedrijf toekomstbestendig te maken.

Boudewijn Van den Berg, Senior Bedrijfsstrateeg en Financieel Adviseur met een specialisatie in de circulaire economie voor het MKB. Hij heeft ruim 20 jaar ervaring in bedrijfsfinanciering, subsidietrajecten zoals WBSO en TKI, en ESG-rapportages.