maart 15, 2024

Eerlijke lonen zijn geen kostenpost, maar een strategische investering in de toekomstbestendigheid van uw merk en het beheer van risico’s.

  • De sleutel is niet simpelweg prijzen verhogen, maar ethiek slim integreren in uw bedrijfsmodel, van fabriekscontrole tot consumentencommunicatie.
  • Aankomende wetgeving zoals de CSRD maakt transparantie onvermijdelijk; proactief handelen geeft u een voorsprong op de concurrentie.

Aanbeveling: Begin niet met een volledige omschakeling, maar start met een grondige analyse van één productielijn om uw ‘waardeketenintelligentie’ te vergroten en risico’s in kaart te brengen.

Als ondernemer in de retail- of mode-industrie staat u voor een complex dilemma. U wilt ethisch handelen en zorgen voor eerlijke lonen in uw productieketen. Tegelijkertijd bent u gebonden aan marktrealiteiten: felle concurrentie, prijsgevoelige consumenten en de noodzaak om winstgevend te blijven. De angst om uzelf uit de markt te prijzen door de kosten voor eerlijke lonen door te berekenen, is een reële en begrijpelijke zorg.

De gangbare adviezen – “wees transparant” of “kies een certificaat” – voelen vaak als simplificaties van een diepgeworteld probleem. Ze bieden geen antwoord op de kernvraag: hoe balanceert u idealisme met commercieel realisme? Veel ondernemers worstelen met dit spanningsveld, uit angst dat de investering in ethiek direct ten koste gaat van de marge. Maar wat als deze aanname onjuist is? Wat als de ware sleutel niet ligt in het accepteren van lagere winsten, maar in het herdefiniëren van waarde?

Dit artikel doorbreekt de patstelling. Vanuit mijn rol als MVO-manager benaderen we de kwestie niet als een kostenpost, maar als een strategische investering in risicobeheer, merkwaarde en toekomstige relevantie. We gaan verder dan de platitudes en duiken in de praktische, soms ongemakkelijke realiteit. De focus ligt niet op het simpelweg verhogen van prijzen, maar op een gefaseerde implementatie van ethische praktijken die uw bedrijf veerkrachtiger, aantrekkelijker en uiteindelijk succesvoller maken.

We verkennen de concrete stappen die u kunt nemen, van het herkennen van misstanden tijdens een fabrieksbezoek tot het slim navigeren van de Nederlandse wetgeving en consumentenverwachtingen. Dit is uw gids om ethiek niet als een last, maar als uw krachtigste concurrentievoordeel in te zetten.

Waar moet u op letten tijdens een fabrieksbezoek in India om kinderarbeid écht te spotten?

Een fabrieksbezoek lijkt een eenvoudige manier om uw keten te controleren, maar de realiteit is vaak complexer. Kinderarbeid wordt doorgaans verborgen gehouden voor buitenstaanders. Om voorbij de façade te kijken, is een strategische aanpak vereist die verder gaat dan een aangekondigde rondleiding tijdens kantooruren. Het gaat om het ontwikkelen van ‘waardeketenintelligentie’: het vermogen om de signalen te lezen die niet direct zichtbaar zijn. Volgens recente cijfers zou in India nog steeds 13% van het werkpersoneel uit kinderen tussen 5 en 14 jaar bestaan, wat neerkomt op miljoenen kinderen.

De meest kwetsbare schakels bevinden zich vaak dieper in de keten, bij onderaannemers (tier 2 en 3) en huiswerkers, waar het toezicht minimaal is. Uw controle moet zich dus ook richten op deze minder zichtbare lagen. Een effectieve methode is het uitvoeren van onaangekondigde inspecties op ongebruikelijke tijden, zoals vroeg in de ochtend of laat op de avond. Daarnaast is het cruciaal om het middenmanagement apart te interviewen en indirecte vragen te stellen over productiepieken en overuren; extreme druk kan een indicator zijn voor het inzetten van niet-geregistreerde arbeid, waaronder kinderen.

De ervaring van Niels van den Beucken van het Nederlandse Arte uit Helmond illustreert dit. Geconfronteerd met kinderarbeid in een Indiase steengroeve, koos hij voor een proactieve aanpak. In plaats van de banden te verbreken, startte hij een project om kinderen naar school te krijgen. Dit project, dat inmiddels is uitgebreid naar twaalf dorpen, toont aan dat samenwerking met lokale NGO’s en ‘mobilisers’ die gezinnen bezoeken essentieel is. Zij begrijpen de lokale context en kunnen de brug slaan tussen uw bedrijf, de werknemers en de lokale overheid. Dit is geen snelle oplossing, maar een investering in structurele verbetering en risicobeheer.

Het verschil tussen wat legaal is en wat moreel juist is in lagelonenlanden

Een van de grootste misvattingen in supply chain management is dat wettelijke naleving gelijkstaat aan ethisch handelen. In veel productielanden ligt het wettelijk minimumloon ver onder wat nodig is voor een menswaardig bestaan. Zich houden aan de lokale wet is de absolute ondergrens, maar het garandeert niet dat een werknemer zijn gezin kan voeden, huisvesten of naar school kan sturen. Hier ontstaat het cruciale onderscheid tussen wat legaal is en wat moreel juist is: het concept van een leefbaar loon.

Fairtrade Nederland gebruikt bijvoorbeeld de Anker-methode om leefbare lonen te berekenen. Deze methode is niet gebaseerd op politieke besluitvorming, maar op de werkelijke, lokale kosten voor een pakket van basisbehoeften: voedsel, huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg en een kleine buffer voor onvoorziene uitgaven. Dit is de standaard waar u als ethische ondernemer naar zou moeten streven. De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, een belangrijke leidraad voor MVO, bevelen eveneens aan om ten minste te voorzien in de basale levensbehoeften van werknemers en hun gezinnen.

Deze verschuiving van minimumloon naar leefbaar loon wordt steeds meer een harde eis. De nieuwe Europese CSRD-richtlijn verplicht steeds meer Nederlandse bedrijven om gedetailleerd te rapporteren over hun impact op mens en milieu. Volgens de richtlijnen moeten bedrijven met meer dan 250 medewerkers en een bepaalde omzet- of balansgrootte vanaf 2025 rapporteren. Dit dwingt tot een dieper begrip van de lonen die in de keten worden betaald, ook bij uw leveranciers. Het negeren van het verschil tussen een wettelijk en een leefbaar loon is niet langer alleen een morele kwestie, maar wordt een significant bedrijfsrisico.

De onderstaande tabel, gebaseerd op de definities van de Sociaal-Economische Raad (SER), maakt het verschil duidelijk.

Verschil tussen wettelijk minimumloon en leefbaar loon
Aspect Wettelijk minimumloon Leefbaar loon
Definitie Door nationale wetgeving vastgesteld bedrag Loon voldoende voor basisbehoeften van een gezin van gemiddelde grootte, inclusief eten, huur, gezondheidszorg, scholing, kleding, vervoer en sparen
Basis Politieke besluitvorming Werkelijke kosten van levensonderhoud
OESO-richtlijnen Minimale vereiste Aanbeveling om ten minste voldoende te betalen voor basale levensbehoeften
Due diligence vereiste Naleving nationale wetgeving Streven naar leefbaar loon indien wettelijk minimum onvoldoende is

Wat doet u als een activistische groep uw merk onterecht aanvalt op social media?

In het huidige digitale tijdperk kan een beschuldiging op social media, terecht of onterecht, uitgroeien tot een serieuze reputatiecrisis. Wanneer een activistische groep uw merk aanvalt, is de eerste impuls misschien om in de verdediging te schieten. Echter, vanuit een MVO-perspectief is een snelle, transparante en dialooggerichte aanpak veel effectiever. Het doel is niet om ’te winnen’, maar om vertrouwen te herstellen en te laten zien dat u uw verantwoordelijkheid serieus neemt. De Nederlandse ‘poldercultuur’ van overleg kan hierbij als een krachtig instrument dienen.

Onderhandelingstafel met diverse stakeholders in constructief gesprek

Een proactieve houding begint met het publiekelijk erkennen van de melding binnen 24 uur, zonder direct schuld te bekennen. Dit toont aan dat u de zorgen hoort. Publiceer vervolgens uw eigen due diligence-rapporten of MVO-beleid. Zelfs als deze niet perfect zijn, toont het een commitment aan transparantie. Nodig de activistische groep vervolgens uit voor een constructief gesprek. Verwijs hierbij expliciet naar de Nederlandse normen van openheid en dialoog. Dit positioneert u als een redelijke partij die streeft naar een oplossing, in plaats van een bedrijf dat iets te verbergen heeft. Een campagne zoals ‘Good Clothes Fair Pay’ onderstreept de groeiende publieke druk:

Kledingmerken hebben de macht om eerlijkere betalingen aan textielarbeiders mogelijk te maken. Maar actie blijft al jaren uit. We kunnen de textielarbeiders niet langer laten stikken. Teken nu voor wetgeving die kledingmerken dwingt verantwoordelijkheid te nemen.

– Good Clothes Fair Pay campagne, Solidaridad Nederland

Een crisis kan een kans zijn om uw commitment aan MVO te bewijzen. Een concreet stappenplan is hierbij onmisbaar.

Actieplan: Uw draaiboek voor een (on)terechte aanval op social media

  1. Snelle Erkenning: Erken de melding publiekelijk binnen 24 uur. Communiceer dat u de zaak serieus neemt en een onderzoek start, zonder direct schuld te bekennen.
  2. Proactieve Transparantie: Publiceer direct uw bestaande due diligence-rapporten of MVO-beleid. Toon wat u al doet, zelfs als het proces nog niet perfect is.
  3. Uitnodiging tot Dialoog: Nodig de activistische groep formeel uit voor een gesprek. Benadruk uw bereidheid om te luisteren en samen naar oplossingen te zoeken.
  4. Keteninzicht Delen: Wees voorbereid om informatie te delen over waar uw kleding wordt gemaakt en onder welke omstandigheden. Openheid over uw keten is de meest krachtige verdediging.
  5. Concrete Verbeterplannen: Communiceer na het onderzoek een duidelijk plan van aanpak met meetbare doelstellingen en realistische tijdlijnen. Laat zien dat u leert en verbetert.

Is een Fairtrade of B-Corp certificering de investering van 10.000 euro waard voor een start-up?

Voor een start-up of MKB-bedrijf kan een investering van €10.000 of meer voor een certificering als Fairtrade of B Corp een enorme drempel lijken. De vraag is dan ook legitiem: is het de return on investment waard? Het antwoord is niet simpelweg ‘ja’ of ‘nee’, maar hangt af van uw strategische doelen. Een certificering is meer dan een logo op uw product; het is een instrument voor geloofwaardigheid, talentwerving en risicovermindering.

De case van het Nederlandse PaperWise is hierin leerzaam. Toen zij in 2015 startten, eisten klanten bewijs van hun duurzaamheidsclaims. Na een onafhankelijke analyse die hun milieuwinst aantoonde, volgden diverse certificeringen, met als klap op de vuurpijl de B Corp status. Dit traject laat zien dat certificering geen beginpunt is, maar een logische vervolgstap na het intern op orde brengen van uw processen en impact. Het structureert uw MVO-beleid en maakt uw inspanningen extern verifieerbaar en geloofwaardig.

De investering gaat verder dan alleen de directe kosten. Het B Corp-certificeringsproces vereist bijvoorbeeld meer dan 100 uur aan documentatie en analyse. Dit lijkt een last, maar het dwingt u om uw volledige bedrijfsvoering – van HR tot supply chain – kritisch te bekijken. Dit proces is op zichzelf al waardevol en bereidt u voor op toekomstige wetgeving zoals de CSRD-rapportageverplichtingen, die vergelijkbare data-uitvragen zullen doen.

Onderstaande analyse toont de balans tussen de investeringen en de opbrengsten, zowel direct als indirect.

ROI-analyse B Corp certificering voor Nederlands MKB
Investering/Kosten Directe voordelen Indirecte voordelen
Certificeringskosten (initieel en jaarlijks) Verhoogde geloofwaardigheid naar klanten en leveranciers Voorbereiding op CSRD-richtlijnen en data-uitvragen van grote klanten
100+ uur interne tijd (documentatie) Aantrekken van talent dat waarde hecht aan duurzaamheid Toegang tot netwerk van impact-investeerders
Jaarlijkse fees (omzetafhankelijk) Betrouwbare en verifieerbare marketingclaims Toegang tot de B Corp community (meer dan 500 bedrijven in de Benelux)
3-jaarlijkse hercertificering Continue verbetering van sociale en ecologische prestaties Versterkte interne processen en risicobeheer

Willen uw klanten écht 5 euro meer betalen voor een eerlijk shirt of zeggen ze dat alleen?

Dit is de hamvraag voor elke ondernemer die ethische stappen overweegt. Er bestaat een bekende kloof tussen wat consumenten zéggen te willen (de ‘say’) en wat ze daadwerkelijk doen in de winkel (de ‘do’). Veel consumenten geven in enquêtes aan bereid te zijn meer te betalen voor duurzame producten, maar kiezen aan het schap toch vaak voor de goedkoopste optie. Het blind vertrouwen op deze uitgesproken intentie is een strategische fout. De sleutel is niet hopen, maar testen.

Close-up van handen die twee prijskaartjes vergelijken bij kledingrek

In plaats van een prijsverhoging over de hele linie door te voeren, kunt u met slimme A/B-tests in uw webshop ontdekken wat uw klant écht motiveert. Het gaat erom de meerprijs niet als een ‘straf’ te presenteren, maar als een logische en waardevolle keuze. Een effectieve strategie is bijvoorbeeld transparantie in de prijsopbouw: toon met een visuele uitsplitsing welk deel van de prijs direct naar een leefbaar loon voor de maker gaat. Dit verandert de perceptie van ‘duurder’ naar ‘eerlijker’.

Een andere aanpak is waardebundeling. Communiceer de meerprijs niet als een losse ‘ethische toeslag’, maar als onderdeel van een superieur product: “duurzamer materiaal + eerlijk loon = een shirt dat langer meegaat en beter voelt”. U kunt klanten ook een actieve keuze geven bij de checkout: een ‘standaard’ prijs en een ‘plus leefbaar loon’ optie. Door te tonen hoeveel klanten voor de eerlijke optie kiezen (social proof), moedigt u anderen aan dit voorbeeld te volgen. Deze tests geven u concrete data over de daadwerkelijke prijselasticiteit van uw specifieke klantengroep, waardoor u beslissingen kunt baseren op feiten in plaats van aannames.

Bovendien levert het werken aan leefbare lonen ook interne voordelen op die de kosten kunnen compenseren. Onderzoek toont aan dat bedrijven die hierin investeren te maken hebben met minder personeelsverloop en lager ziekteverzuim in hun toeleveringsketen, wat bijdraagt aan meer stabiliteit en efficiëntie.

Welke HR-data tellen mee voor de sociale paragraaf van uw ESG-rapport?

De transitie naar een duurzame bedrijfsvoering wordt steeds meer een kwestie van meten en rapporteren. Voor de ‘S’ (Social) in uw ESG-rapportage (Environment, Social, Governance) volstaat het niet langer om algemene beleidsintenties te beschrijven. De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) vereist harde, verifieerbare data, met name onder de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Voor de sociale paragraaf moet u specifiek kijken naar de standaarden ESRS S1 (Eigen personeelsbestand) en ESRS S2 (Werknemers in de waardeketen).

Voor uw eigen personeel (S1) zijn kernindicatoren bijvoorbeeld het percentage werknemers dat een leefbaar loon verdient, het aantal geregistreerde arbeidsongevallen, en de verdeling van mannen en vrouwen in managementposities. Een ander belangrijk datapunt is het aantal uren dat besteed wordt aan training, met name op het gebied van mensenrechten en ethiek. Deze data geven een kwantitatief beeld van uw prestaties als werkgever.

De echte uitdaging voor retail- en modebedrijven ligt echter bij ESRS S2: de waardeketen. U wordt geacht inzicht te hebben in de omstandigheden bij uw leveranciers. Dit betekent dat u data moet verzamelen over het aantal en type audits dat u uitvoert, de uitkomsten daarvan, en de corrigerende maatregelen die zijn genomen. Essentieel is ook het hebben van een functionerend klachtenmechanisme voor werknemers in de keten en het rapporteren over het aantal en de aard van de binnengekomen klachten. Zoals het ESG-projectteam van Moore MKW stelt: “Als eerlijke beloning een ESG-thema is binnen jouw bedrijf, moet je niet alleen transparant zijn over je eigen loonbeleid, maar ook inzicht hebben in hoe leveranciers en zakenpartners hiermee omgaan.” Dit onderstreept de noodzaak van diepgaande keteninformatie.

De onderstaande tabel, gebaseerd op de vereisten van de KVK, geeft een praktisch overzicht van de data die u moet verzamelen.

Voorbeelden van vereiste data voor ESRS S1 en S2
ESRS Standaard Vereiste data Praktijkvoorbeeld voor rapportage
S1 – Eigen personeelsbestand Percentage werknemers met een leefbaar loon “85% van onze medewerkers in Nederland verdient boven de lokale leefbaar loon benchmark.”
S1 – Training & ontwikkeling Gemiddeld aantal trainingsuren per werknemer “Gemiddeld 4 uur per medewerker per jaar besteed aan training over onze ethische code.”
S2 – Werknemers in waardeketen Aantal en type audits bij leveranciers “In het afgelopen jaar zijn 12 on-site audits en 24 desk audits uitgevoerd bij onze tier-1 leveranciers.”
S2 – Klachtenmechanismen Aantal en aard van ontvangen klachten “Er zijn 5 klachten ontvangen via het externe mechanisme, waarvan 3 gerelateerd aan overuren.”

Hoe weet u zeker dat ‘Made in Holland’ niet betekent ‘geassembleerd in Holland’?

Het label ‘Made in Holland’ suggereert lokale, ambachtelijke en vaak ethisch verantwoorde productie. Consumenten zijn bereid hiervoor een premie te betalen. Echter, de term is niet strikt gereguleerd. Een product kan in een lagelonenland bijna volledig worden geproduceerd, waarna in Nederland slechts de laatste, kleine assemblagestap plaatsvindt om het felbegeerde label te mogen dragen. Dit is niet alleen misleidend voor de consument, maar creëert ook een significant reputatierisico voor uw merk.

Om dit risico te beheren, moet u verder kijken dan de laatste stap in het productieproces. Dit vereist een diepgaand inzicht in uw gehele toeleveringsketen, ook voor producten die u lokaal lijkt in te kopen. Vraag uw Nederlandse leveranciers om een volledige ‘Bill of Materials’, waarin de herkomst van alle afzonderlijke componenten wordt gespecificeerd. Ga nog een stap verder en vraag om bewijs van de productielocaties van die componenten. Echte transparantie betekent dat u de reis van grondstof tot eindproduct kunt traceren, niet alleen de laatste assemblage.

Dit sluit direct aan bij een kernconcept uit de nieuwe CSRD-wetgeving: dubbele materialiteit. Dit principe dwingt bedrijven om op twee manieren naar hun impact te kijken. Volgens de rapportagevereisten van de RVO moeten bedrijven rapporteren over de impact van de onderneming op mens en milieu (bijvoorbeeld de arbeidsomstandigheden in de fabrieken waar de onderdelen vandaan komen), én over de financiële impact van duurzaamheidskwesties op de onderneming zelf (bijvoorbeeld het reputatierisico van een misleidend ‘Made in Holland’-label). Een claim van lokale productie die niet volledig onderbouwd is, vormt een materieel risico onder deze nieuwe wetgeving.

Door uw keten te doorgronden en alleen claims te maken die u 100% kunt verifiëren, bouwt u aan een authentiek en betrouwbaar merk. Dit beschermt u niet alleen tegen beschuldigingen van greenwashing, maar versterkt ook de loyaliteit van klanten die op zoek zijn naar echte, eerlijke producten.

Belangrijkste inzichten om te onthouden

  • Van kostenpost naar risicobeheer: Benader ethische lonen niet als een uitgave, maar als een strategische investering om reputatie- en juridische risico’s (zoals CSRD) te minimaliseren.
  • Gefaseerde implementatie: U hoeft niet van de ene op de andere dag perfect te zijn. Begin klein, bijvoorbeeld met één productielijn, om data te verzamelen en uw ‘waardeketenintelligentie’ te vergroten.
  • Voorbij de ‘Say-Do’ kloof: Vertrouw niet op wat klanten zeggen, maar test wat ze doen. Gebruik A/B-tests en transparante prijscommunicatie om de werkelijke bereidheid tot meer betalen te meten.

Is het behalen van een B-Corp certificering de investering van tijd en geld waard voor een Nederlands MKB-bedrijf?

We hebben de B Corp-certificering al aangestipt als een instrument voor start-ups, maar de waarde strekt zich evenzeer uit tot het gevestigde Nederlandse MKB. Voor een MKB-bedrijf is de vraag niet alleen of de investering loont, maar ook hoe het past binnen de bestaande bedrijfscultuur en langetermijnstrategie. De B Corp-beweging, die in de Benelux al meer dan 500 bedrijven telt, wint snel aan kracht en wordt een herkenbaar teken van maatschappelijke en ecologische verantwoordelijkheid.

Breed perspectief van Nederlands kantoor met duurzame werkplek en medewerkers

De case van Great Place To Work Nederland, dat zelf certificeringen toekent, is hier een treffend voorbeeld. Door zelf het B Corp-traject te doorlopen en te slagen, versterkten ze hun externe geloofwaardigheid enorm. Suze Berghuis, de interne kartrekker, benadrukte dat ‘doing business for good’ al in hun DNA zat, maar de certificering deze impact extern erkent en hen stimuleert “om het elke dag nóg beter te doen”. Dit toont de interne waarde van het proces: het formaliseert en valideert uw bestaande inspanningen en creëert een raamwerk voor continue verbetering.

Voor een Nederlands MKB-bedrijf biedt een B Corp-certificering drie concrete voordelen. Ten eerste dient het als een krachtig wapen in de ‘war for talent’; jonge professionals kiezen steeds vaker voor werkgevers met een duidelijke, positieve maatschappelijke missie. Ten tweede opent het deuren naar een netwerk van gelijkgestemde bedrijven en potentiële klanten die specifiek op zoek zijn naar B Corp-partners. Ten derde, en misschien wel het belangrijkst, fungeert het als een toekomstbestendige structuur voor uw bedrijfsvoering, die u voorbereidt op de toenemende eisen van banken, investeerders en wetgevers op het gebied van ESG.

De investering is dus geen pure marketinguitgave, maar een fundamentele investering in de veerkracht en relevantie van uw bedrijf voor de komende decennia. Het maakt uw commitment tastbaar, meetbaar en vooral geloofwaardig in een markt die steeds kritischer wordt.

De weg naar eerlijke lonen en een ethische keten is geen sprint, maar een marathon. Het begint niet met een radicale prijsverhoging, maar met de strategische beslissing om uw keten te gaan zien als een bron van waarde in plaats van een kostenpost. Door vandaag de eerste stap te zetten – het in kaart brengen van uw belangrijkste leveranciers en het stellen van kritische vragen – investeert u in een toekomstbestendig en authentiek merk waar zowel uw klanten als uw medewerkers trots op kunnen zijn.

Boudewijn Van den Berg, Senior Bedrijfsstrateeg en Financieel Adviseur met een specialisatie in de circulaire economie voor het MKB. Hij heeft ruim 20 jaar ervaring in bedrijfsfinanciering, subsidietrajecten zoals WBSO en TKI, en ESG-rapportages.