mei 20, 2024

De CSRD-wetgeving is geen milieukwestie, maar een directe financiële en juridische test voor uw MKB.

  • Onvolledige Scope 3-data is de grootste bron van rapportage-aansprakelijkheid en potentiële boetes.
  • Correcte rapportage ontsluit aanzienlijke fiscale voordelen via Nederlandse regelingen als de MIA/Vamil.

Aanbeveling: Behandel uw CO2-dataverzameling met dezelfde precisie als uw financiële boekhouding om boetes te vermijden en kosten te optimaliseren.

Als financieel directeur van een Nederlands MKB-bedrijf in de transport- of productiesector voelt u de druk toenemen. De term ‘CSRD’ duikt steeds vaker op in gesprekken met uw accountant, bank en zelfs uw grootste klanten. De algemene boodschap lijkt te zijn dat u ‘iets met duurzaamheid’ moet, maar wat precies blijft vaak vaag. De angst voor complexe regels, onverwachte kosten en, erger nog, boetes, is reëel en terecht. Veel adviezen blijven steken in algemeenheden over ‘groen ondernemen’, terwijl u behoefte heeft aan een concreet, financieel onderbouwd plan.

Dit is waar de meeste MKB’ers de fout in gaan. Ze benaderen de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) als een marketingoefening of een milieuverplichting. De werkelijkheid is harder: het is een audit. Uw CO2-rapportage is geen folder, maar een financieel-juridisch risicodossier dat onder de loep wordt genomen. Onjuiste of onvolledige data is geen ecologische misstap, maar een directe bedreiging voor uw balans. Het stelt u bloot aan rapportage-aansprakelijkheid, reputatieschade en het mislopen van serieuze fiscale voordelen.

Vergeet de platitudes. De sleutel ligt niet in vage beloftes, maar in de ijzeren discipline van data-integriteit. Deze handleiding is geschreven vanuit het perspectief van een auditor. We behandelen uw CO2-voetafdruk niet als een ‘groen’ project, maar als een kritische component van uw financiële administratie. We duiken in de verborgen risico’s van uw toeleveringsketen, de concrete boetes voor ‘greenwashing’, en de vaak gemiste fiscale aftrekposten die uw investeringen in CO2-reductie juist winstgevend kunnen maken. We geven u de handvatten om van een gevreesde verplichting een gecontroleerd en zelfs rendabel onderdeel van uw bedrijfsvoering te maken.

Dit artikel biedt een gestructureerd overzicht van de cruciale aspecten van CO2-rapportage onder de CSRD, specifiek voor het Nederlandse MKB. Hieronder vindt u een overzicht van de onderwerpen die we behandelen, van de risico’s in uw keten tot de praktische stappen voor datacollectie.

Waarom Scope 3 emissies uw grootste blinde vlek zijn in de boekhouding

Voor veel financieel directeurs lijkt de CO2-rapportage te stoppen bij de eigen voordeur: het gas- en elektriciteitsverbruik (Scope 2) en de uitstoot van het eigen wagenpark (Scope 1). Dit is een gevaarlijke misvatting. De CSRD dwingt bedrijven om veel verder te kijken, naar de zogeheten Scope 3-emissies. Dit zijn alle indirecte emissies in uw waardeketen: van de productie van ingekochte materialen en het transport door uw leveranciers tot het afval dat uw product genereert. Voor productie- en transportbedrijven vormt dit vaak de overgrote meerderheid van de totale voetafdruk.

Vanuit een audit-perspectief is Scope 3 uw grootste financiële risico. Het bewust negeren of onjuist inschatten van deze emissies wordt door accountants en toezichthouders gezien als ‘greenwashing door omissie’. Het presenteert een onvolledig en dus misleidend beeld van de duurzaamheidsprestaties en -risico’s van uw bedrijf. Dit is geen administratieve slordigheid, maar een potentieel materiële fout in uw (niet-financiële) verslaglegging, met alle gevolgen van dien. De uitdaging is dat deze data buiten uw directe controle ligt, verspreid over tientallen of honderden leveranciers.

Het verzamelen van deze data vereist een proactieve, systematische aanpak. Het is vergelijkbaar met het opvragen van financiële garanties of kwaliteitscertificaten bij uw leveranciers. U zult moeten beginnen met het in kaart brengen van uw belangrijkste ketenpartners en hen gericht om data vragen. Begin klein en focus op de grootste emissiebronnen. Het opzetten van dit proces is niet langer een ‘nice to have’, maar een fundamentele stap in het beheren van uw ketenrisico en het waarborgen van de juistheid van uw jaarverslag.

  • Identificeer alle relevante emissiebronnen in uw keten, zoals productie, transport en afvalverwerking.
  • Maak een lijst van uw belangrijkste leveranciers en vraag specifieke data op, zoals energierekeningen of transportbewegingen.
  • Gebruik branchegemiddelden van het CBS als tijdelijke proxy-data wanneer directe, specifieke data van een leverancier ontbreekt.
  • Laat de verzamelde data en de gebruikte aannames valideren door uw Nederlandse accountant om CSRD-compliance te garanderen.
  • Integreer de Scope 3-data en de methodologie in uw bestaande financiële administratie voor een gestroomlijnd auditproces.

Welke MIA/Vamil aftrekposten mist u als u niet investeert in CO2-reductie?

Het implementeren van CO2-reducerende maatregelen wordt vaak gezien als een kostenpost. Vanuit financieel oogpunt is het echter essentieel om dit te herkaderen: het niet investeren leidt tot fiscale lekkage. De Nederlandse overheid stimuleert duurzame investeringen actief via krachtige fiscale regelingen zoals de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Als u deze regelingen niet benut, laat u letterlijk geld op tafel liggen.

De MIA biedt u de mogelijkheid om een extra percentage van de investeringskosten in een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel af te trekken van de fiscale winst. Dit komt bovenop uw gebruikelijke investeringsaftrek. Afhankelijk van de milieucategorie van de investering kan dit aanzienlijk oplopen. Met de Vamil kunt u 75% van de investeringskosten op een willekeurig moment afschrijven, wat een aanzienlijk rente- en liquiditeitsvoordeel oplevert. Volgens de MKB Servicedesk kan het totale belastingvoordeel netto oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag. Voor een transportbedrijf dat investeert in elektrische bestelbussen of voor een productiebedrijf dat een energiezuinige machine aanschaft, kan dit het verschil betekenen tussen een rendabele en een onrendabele business case.

Rekenvoorbeeld fiscaal voordeel elektrische bestelbus voor MKB

Het is cruciaal om te begrijpen dat alleen investeringen die op de jaarlijkse ‘Milieulijst’ van de RVO staan, in aanmerking komen. Dit vereist een proactieve houding. Voordat u een grote investering doet, is het zaak te controleren of deze kwalificeert en de aanvraag tijdig in te dienen. Het niet doen is een gemiste kans die direct uw bedrijfsresultaat beïnvloedt.

De onderstaande tabel, gebaseerd op een analyse van duurzame subsidies, geeft een duidelijk overzicht van de MIA-aftrekpercentages voor 2024. Deze cijfers tonen de concrete financiële stimulans om nu te handelen.

MIA-aftrekpercentages 2024 per categorie
Categorie Aftrekpercentage Type investering
Categorie I 27% Standaard milieu-investeringen
Categorie II 36% Innovatieve technieken
Categorie III 45% Transitiegerichte bedrijfsmiddelen

Compenseren via bomen of reduceren in de keten: wat eist de wetgever in 2025?

Een veelvoorkomend misverstand in de wereld van CO2-rapportage is het idee dat u uw uitstoot kunt ‘afkopen’ door simpelweg bomen te planten of te investeren in compensatieprojecten. Hoewel dit sympathiek klinkt, is de wetgever hier onder de CSRD-richtlijnen glashelder over: compensatie is geen reductie. Uw primaire plicht is het meten en daadwerkelijk verminderen van uw eigen emissies (Scope 1, 2 en 3). Het investeren in zogeheten ‘carbon credits’ mag hier niet mee verward worden.

De wetgeving stelt een duidelijke hiërarchie: eerst reduceren, dan pas eventueel compenseren. Uw jaarverslag moet een duidelijk beeld geven van de stappen die u heeft ondernomen om uw eigen voetafdruk te verkleinen. Denk aan investeringen in energie-efficiëntie, de overstap naar elektrische voertuigen of het herontwerpen van uw producten voor een circulaire economie. Alleen de daadwerkelijke, gemeten reductie telt mee voor uw emissiereductiedoelstellingen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verwoordt het als volgt:

Carbon credits tellen niet mee voor emissiereductiedoelstellingen, maar moeten apart gerapporteerd worden als financiële bijdrage aan klimaatprojecten.

– Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, CSRD-richtlijnen Nederland

Dit betekent dat u investeringen in CO2-compensatie moet rapporteren als een aparte financiële uitgave ten behoeve van klimaatprojecten, niet als een aftrekpost op uw eigen CO2-balans. De focus van uw accountant en de toezichthouders zal liggen op de geloofwaardigheid en effectiviteit van uw reductieplan. Vage claims over ‘CO2-neutraliteit’ op basis van compensatie worden streng beoordeeld en kunnen als greenwashing worden aangemerkt. Zorg ervoor dat u het onderscheid helder maakt tussen gecertificeerde lokale projecten, zoals die met een keurmerk van Stichting Klimaatbossenfonds, en vage internationale projecten die gevoelig zijn voor controverse. Uw strategie moet gericht zijn op het verlagen van de uitstoot binnen uw eigen bedrijfsvoering en keten.

De boete die u riskeert bij ‘greenwashing’ in uw jaarverslag

Met de invoering van de CSRD is ‘greenwashing’ verschoven van een marketingrisico naar een juridische en financiële aansprakelijkheid. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt streng toezicht op de duurzaamheidsclaims die bedrijven in hun jaarverslagen doen. Voor een financieel directeur betekent dit dat elke claim over duurzaamheid, hoe klein ook, onderbouwd moet zijn met betrouwbare, verifieerbare data. Vage of onjuiste beweringen kunnen leiden tot forse boetes en ernstige reputatieschade.

Wat is greenwashing in de context van de CSRD? Het gaat niet alleen om overduidelijke leugens. Het kan ook subtieler zijn. Voorbeelden zijn het gebruik van termen als ‘duurzaam’, ‘groen’ of ‘CO2-neutraal’ zonder een duidelijke, openbare berekeningsmethode en externe verificatie door een accountant. Een ander, cruciaal voorbeeld is ‘greenwashing door omissie’: het bewust weglaten van materiële emissies, zoals de eerdergenoemde Scope 3-uitstoot, om een rooskleuriger beeld te schetsen. Uw accountant heeft de plicht om de volledigheid van uw rapportage te toetsen. Als belangrijke emissiebronnen ontbreken, zal dit leiden tot een afkeurende verklaring, wat funest is voor het vertrouwen van investeerders, banken en klanten.

AFM toezicht op CSRD-rapportages Nederlandse bedrijven

De controle op deze rapportages ligt primair bij de accountant die uw jaarverslag controleert. De CSRD verplicht een ‘limited assurance’-verklaring op de duurzaamheidsinformatie, wat betekent dat de accountant zal nagaan of de informatie plausibel en niet misleidend is. De lat voor deze controle zal in de komende jaren alleen maar hoger worden. Informatie over de drempels voor rapportageplicht en de risico’s is essentieel, en volgens de Kamer van Koophandel (KVK) is het negeren van deze plicht geen optie. Het risico is niet abstract; het is een concrete financiële en operationele bedreiging die een rigoureuze aanpak van datakwaliteit en transparantie vereist.

Hoe automatiseert u de dataverzameling van uw wagenpark voor de CO2-prestatieladder?

Voor transport- en productiebedrijven is het wagenpark vaak een van de grootste bronnen van directe CO2-uitstoot (Scope 1). Het handmatig verzamelen van data over brandstofverbruik en gereden kilometers is niet alleen tijdrovend, maar ook extreem foutgevoelig. Een audit-proof CSRD-rapportage vereist een hoge mate van data-integriteit. Automatisering is hierbij geen luxe, maar een noodzaak. Voor veel bedrijven in de zakelijke dienstverlening is dit een significant onderdeel; onderzoek wijst uit dat zakelijk verkeer verantwoordelijk kan zijn voor tot wel 70% van de totale CO2-uitstoot bij zakelijke dienstverlening.

De CO2-Prestatieladder, een instrument dat in Nederland veel wordt gebruikt bij aanbestedingen, biedt een uitstekend raamwerk voor het systematisch meten en reduceren van deze uitstoot. De sleutel tot succes ligt in het koppelen van verschillende databronnen tot één geautomatiseerd systeem. Moderne telematicasystemen in voertuigen kunnen bijvoorbeeld automatisch het brandstofverbruik en de kilometerregistratie doorgeven. Door deze systemen te koppelen aan uw tankpassen en CO2-rapportagesoftware, creëert u een real-time, betrouwbaar overzicht van uw uitstoot.

Een andere cruciale stap is de integratie met de RDW-database. Door kentekens te koppelen, kunt u de officiële, type-goedgekeurde CO2-uitstoot per voertuig gebruiken als basis voor uw berekeningen. Dit verhoogt de betrouwbaarheid van uw data aanzienlijk. Vergeet hierbij niet de privacy-aspecten; het opstellen van een AVG-compliant protocol voor het onderscheid tussen zakelijk en privégebruik van leaseauto’s is essentieel. De verzamelde, geautomatiseerde data vormt vervolgens de perfecte basis voor een concreet reductieplan en het strategisch plannen van de transitie naar een elektrisch wagenpark.

Uw plan van aanpak: Automatische CO2-dataverzameling voor uw wagenpark

  1. Installeer een telematicasysteem in uw voertuigen dat brandstofverbruik en gereden kilometers automatisch en per rit registreert.
  2. Koppel uw tankpassen en laadpassen aan gespecialiseerde CO2-rapportagesoftware voor een naadloze en real-time data-import.
  3. Integreer uw wagenparklijst met de RDW-database om de officiële CO2-uitstoot per gram/kilometer per kenteken te gebruiken.
  4. Stel een helder en AVG-compliant protocol op voor de registratie van privégebruik van leaseauto’s om de zakelijke uitstoot correct te isoleren.
  5. Gebruik de gevalideerde, verzamelde data als fundament voor uw reductieplan en de strategische transitie naar een emissievrij wagenpark.

Waarom een circulair model uw operationele kosten met 20% verlaagt

De transitie naar een circulair bedrijfsmodel wordt vaak gepresenteerd als een ecologische noodzaak, maar voor een financieel directeur is de economische business case doorslaggevend. De belofte van een kostenreductie van 20% is geen loze marketingkreet, maar het resultaat van een fundamentele herinrichting van uw operationele processen. In een traditioneel, lineair model (’take-make-waste’) worden grondstoffen ingekocht, verwerkt tot een product en na gebruik weggegooid. Elke stap in dit proces brengt kosten met zich mee: inkoop, productie-energie en afvalverwerking.

Een circulair model doorbreekt deze lineaire logica. De kernprincipes zijn het minimaliseren van afval, het maximaliseren van de levensduur van producten en materialen, en het hergebruiken van reststromen. Voor een productiebedrijf kan dit concreet betekenen:

  • Minder inkoopkosten: Door producten modulair te ontwerpen, kunnen onderdelen bij einde levensduur worden hergebruikt in nieuwe producten, wat de behoefte aan nieuwe, dure grondstoffen vermindert.
  • Lagere afvalkosten: Reststromen uit uw productieproces die voorheen als afval werden afgevoerd (en kosten met zich meebrachten), kunnen nu worden verkocht als grondstof aan een ander bedrijf.
  • Nieuwe inkomstenbronnen: Het aanbieden van onderhoud, reparatie en ‘refurbishment’ van uw eigen producten creëert een nieuwe, stabiele inkomstenstroom en versterkt de klantrelatie.

Op macroniveau is de impact aanzienlijk. Volgens een analyse van Royal HaskoningDHV levert de transitie naar een circulaire economie de Nederlandse economie €7 miljard op en creëert het 50.000 banen, terwijl de CO2-uitstoot met 10% kan dalen. Deze macro-economische voordelen vertalen zich op bedrijfsniveau naar concrete, meetbare verlagingen van operationele kosten en een sterker, veerkrachtiger businessmodel.

Hoe meet u het energieverbruik van uw gehuurde kantoorpand voor de rapportage?

Een veelvoorkomende praktische uitdaging voor MKB-bedrijven is het meten van de CO2-uitstoot van een gehuurd kantoorpand, vooral in een bedrijfsverzamelgebouw waar energiemeters worden gedeeld. U bent niet de eigenaar van het pand en heeft geen directe toegang tot de hoofdmeters. Toch bent u onder de CSRD verplicht om deze emissies (voornamelijk Scope 2 voor elektriciteit en Scope 1 voor eventueel direct gasverbruik) te rapporteren. Het simpelweg negeren van deze data is geen optie.

Gelukkig zijn er geaccepteerde methoden om hier op een betrouwbare manier mee om te gaan. De CSRD legt een informatieplicht bij uw ketenpartners, inclusief uw verhuurder. De eerste en meest directe stap is dan ook om de verbruiksdata formeel op te vragen. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan is allocatie een geaccepteerde tweede optie. In een bedrijfsverzamelgebouw kunt u het totale energieverbruik van het pand toerekenen op basis van het percentage gehuurde vierkante meters. Het is cruciaal dat u de gebruikte methode en aannames duidelijk documenteert voor de accountant. Een derde, vaak betrouwbare schatting kan worden verkregen door het energielabel van het pand te raadplegen op EP-online.nl. Dit geeft een genormeerd verbruik per vierkante meter, wat als een solide basis kan dienen.

De communicatie met de verhuurder is hierbij essentieel. Positioneer uw dataverzoek niet als een last, maar als een gezamenlijk belang. Een accuraat inzicht in het energieverbruik is ook voor de gebouweigenaar de eerste stap naar verduurzaming en waardebehoud van het vastgoed. De onderstaande tabel verduidelijkt hoe de emissies van een kantoorpand worden ingedeeld.

Scope-indeling CO2-emissies voor kantoorpanden
Scope Type emissie Voorbeeld kantoorpand
Scope 1 Directe emissies Gasverbruik eigen CV-ketel, eigen wagenpark
Scope 2 Indirecte energie Ingekochte elektriciteit, aansluiting op warmtenet
Scope 3 Overige indirecte Woon-werkverkeer medewerkers, afvalverwerking

Te onthouden

  • Scope 3 is geen optie, maar een verplicht onderdeel van uw risicoanalyse onder de CSRD.
  • De Nederlandse fiscus beloont concrete CO2-reductie (MIA/Vamil), niet vage compensatie.
  • Automatisering van datacollectie is cruciaal voor een audit-proof CSRD-rapport.

Wat moet u doen als uw grote klant ineens vraagt om een ESG-rapportage?

Het moment dat veel MKB-directeuren vrezen, is aangebroken: uw grootste klant, een multinational die zelf onder de CSRD valt, vraagt u om een gedetailleerde ESG- en CO2-rapportage. Paniek is een begrijpelijke eerste reactie, maar het is de slechtste raadgever. Dit verzoek is geen verrassing, maar een logisch gevolg van de ketenverantwoordelijkheid die de CSRD introduceert. Zoals ABN AMRO stelt in haar CSRD-gids: “Grote bedrijven moeten inzicht krijgen in hun waardeketen en kunnen jouw bedrijf vragen stellen over hoe jouw producten worden gemaakt en of dit op een verantwoorde manier gebeurt”. Uw CO2-uitstoot is onderdeel geworden van de Scope 3-uitstoot van uw klant. Uw reactie op dit verzoek is een kritiek bedrijfsmoment.

Het is essentieel om dit niet als een last te zien, maar als een kans om uw positie als strategische partner te versterken. Een snelle, professionele en data-onderbouwde reactie toont aan dat u uw eigen bedrijfsvoering onder controle heeft en een betrouwbare schakel in de keten bent. Een weigering of een onvolledig antwoord kan daarentegen een reden zijn voor de klant om op zoek te gaan naar een leverancier die wel aan de eisen kan voldoen. Dit is geen abstract risico; het is een direct commercieel gevaar.

Wat is de juiste aanpak? Volg een gestructureerd actieplan:

  • Niet panikeren, maar specificeren: Vraag direct aan uw klant welke specifieke data zij nodig hebben. Gaat het om de totale CO2-voetafdruk van uw bedrijf, of de voetafdruk per geleverd product? Welk format en welke deadline worden gehanteerd?
  • Stel een intern projectteam samen: Dit is geen taak voor één persoon. Breng mensen van finance, operations en (indien aanwezig) duurzaamheid bij elkaar.
  • Focus op materialiteit: Begin met de CO2-data die direct gerelateerd is aan het product of de dienst die u aan deze klant levert. Dat is voor hen het meest relevant.
  • Gebruik standaarden: Maak indien mogelijk gebruik van de vrijwillige Europese standaard voor MKB (VSME) voor een vereenvoudigde rapportage.
  • Wees proactief: Gebruik deze exercitie om uw CO2-data standaard te integreren in uw systemen. Positioneer uw (lage) CO2-voetafdruk proactief als een unique selling point in nieuwe offertes.

Een verzoek van een klant is vaak de katalysator voor verandering. Het is belangrijk om te weten hoe u strategisch kunt reageren op een ESG-dataverzoek.

Veelgestelde vragen over CSRD-risico’s voor het MKB

Welke instantie controleert CSRD-rapportages in Nederland?

De primaire controle ligt bij de accountant die uw jaarverslag beoordeelt. Deze moet een ‘limited assurance’-verklaring afgeven op de duurzaamheidsinformatie. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt overkoepelend toezicht op de kwaliteit van deze verslaggeving en de controles door accountants.

Wat zijn concrete voorbeelden van greenwashing die de AFM bestraft?

Claims zoals ‘CO2-neutraal’, ‘klimaatpositief’ of ‘duurzaam’ die niet onderbouwd zijn met specifieke, transparante data, een duidelijke berekeningsmethode en, bij voorkeur, externe verificatie. Ook het selectief rapporteren van alleen positieve data en het weglaten van negatieve impact valt hieronder.

Wat is het risico van het negeren van Scope 3-emissies?

Het bewust negeren of significant te laag inschatten van materiële Scope 3-emissies wordt beschouwd als ‘greenwashing door omissie’. Een accountant zal dit toetsen en kan oordelen dat de rapportage een onvolledig en misleidend beeld geeft, wat kan leiden tot een afkeurende verklaring op uw jaarverslag.

Boudewijn Van den Berg, Senior Bedrijfsstrateeg en Financieel Adviseur met een specialisatie in de circulaire economie voor het MKB. Hij heeft ruim 20 jaar ervaring in bedrijfsfinanciering, subsidietrajecten zoals WBSO en TKI, en ESG-rapportages.